is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 4, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen wonder, dat hij naar rust verlangde; want toen hij zijn antwoord op den Raeckbeesem uitgaf, had hij reeds den leeftijd van drie en zeventig jaren bereikt. Zijne laatste levensdagen sleet hij in 't midden zijner geliefde gemeente, door alle weidenkenden geëerd, en met dankbare blijdschap terugziende op de loopbaan, die achter hem lag. En toen hij in 1638 gestorven was, bleef zijn naam niet alleen bij zijne geloofsgeuooten in gezegend aandenken, maar ook andersdenkenden hielden den man in eere, die door zijne gematigde denkwijze zich steeds een vriend des vredes had betoond *). Dat vooral de Waterlandsche broederen hem bleven hoogachten, zal wel niemand bevreemden, die weet, hoe hij zijn geheele leven gewijd had aan de bevordering hunner belangen, en in een tijd van aanhoudende onrust en spanning zich steeds had beijverd om hunne meer gematigde gevoelens ingang te doen vinden bij hunne meer bekrompene tegenstanders. Ten volle verdient hij dus de hulde, hem door zijne vrienden gebragt; maar evenzeer heeft hij regt op onze hoogachting. Zeker, wanneer wij zien, wat hij heeft verrigt, moeten wij erkennen: hij is één der merkwaardigste personen, die ooit onder de Doopsgezinde broederschap zijn opgetreden; hij was een grootman. Wel

*) Nog in 1687 ordonneerde het stedelijk bestuur van Hoorn aan de Waterlandsche gemeente aldaar: „dat de leeraren in der tijt ende die „namaels zouden mogen werden verkooren, eer zij tot den dienst wer„ den toegelaten, moeten aennemen ende verklaren, tegen den inhoud „van die conlessie van Hans de Rys, iu 't stuk van de geloofs-artike„ len als in de ordre van regeringe ende manier van godsdienst, niet „te sullen leeren of prediken " (Manuscript vau M. Schagen, bij Blaupot ten Cate Geschiedenis der Doopsgezinden in Holland, Zeeland, Utrecht en Gelderland Dl. I, pag. 278.)