is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 4, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben; doch als men de oppervlakte van lage landen tusschen hooger liggende gade slaat, dan is het genoegzaam op te merken, dat Kromwal van ouds eene landtong was, die westwaarts uitstak in een waterplas, welke nabij Jorwerd uit de Middelzee zijn oorsprong nam, naar het westen heenvloeide, en om deze punt zich zuidwaarts kromde, en bij Bozum weder in de Middelzee zich ontlastte, en vandaar aan deze punt den naam van Kromwal heeft gegeven, Deze waterplas diende vooral voor visschers, die hier in menigte gevonden werden, en met dit bedrijf hun bestaan vonden, waarvan de laatste nog maar weinige jaren geleden de uitoefening van zijn bedrijf slaakte Door opslijking uit de Middelzee werd deze waterplas van tijd tot tijd in moeras en welig rietgewas veranderd, terwijl slinken zich tusschen beide doorkronkelden, die nog zooveel diepte van water behielden, dat zij alleen met kleine vaartuigen en visschersschuiten bevaren konden worden; hierdoor werd op deze hoogte de scheepvaart van Sneek naar Franeker en Harlingen zoozeer belemmerd, dat het noodzakelijk werd, een nieuwe vaart te graven, die een regten loop had door het vaste land, en daarmede werd die landtong, welke Kromwal genoemd werd, en waarop een gebouw stond, dat waarschijnlijk door visschers bewoond werd, nu van rondsomme door water omgeven, en van het vaste land afgesneden.

Toen in het jaar 155L de in de geschiedenis welbekende Leenert Bouwens, als oudste onder de Doopsgezinden, in deze oorden rondreisde, en zich met prediken en doopen onledig hield, werden er door hem velen hier in de omliggende dorpen gedoopt, en aan de Doopsgezinden