is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 4, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schap zich nog altoos onderscheidt door een zoodanig beginsel van zelfstandig streven, waardoor zij zelve eigenaardig dringt tot werkdadig geloof.

Laat me slechts mogen wijzen op ons bepaald voorstaan van het Evangelie, als eenig rigtsnoer in denken en handelen met verwerping van alle kerkelijke banden, op ons beginsel van eigen vrije overtuiging, gelijk bet in onze toepassing van den H. Doop treffend uitkomt, — op onze geheele gemeentelijke inrigting, die, hoe ook soms stof gevende tot dreigende spanning, nog immer aan den geest van broederlijke zamenwerkiug zulk een krachtig steunpunt biedt.

Maar we hebben het ook niet van een' vreemde, — dat genootschappelijk streven op practisch gebied: — de vaderen hebben het ons, als een kostelijk erf-pand, nagelaten.

De wensch drong zich aan me op, om u een1 van die voorgangeren des geloofs ten toonbeeld voor te stellen. Het is de man, wiens naam dit opstel aan het hoofd draagt: — Jeronimus Segersz.

Verplaats u, waarde lezer! met uwe gedachten in het midden der 16do eeuw, toen Nederland zuchtte onder Spanje's dwangjuk en Keizer Karei door strenge bloedplacaten den voortgang der hervorming te stuiten zocht. De Doopsgezinden stonden wel het meest en in de eerste plaats aan de vervolgzucht der Inkwisiteurs ten doel. Hunne rigting, zoo wijd verschillend van de pauselijke hierarchie, — inzonderheid hun voorstaan van den Doop der bejaarden, moest wel den argwaan en haat van Romo's priesterschaar wekken, en hun aanhang won al te veel veld, om den vijand niet tot scherp doortastende maatregelen aan te porren.

6*