is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 4, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welks invloed zich misschien nog in onzen tijd doet gevoelen. Broeder Jan Bisschop nl. stelde den Kerkeraad voor, een jongeling te laten studeren tot leeraar »dezer vereenigde gemeente," aangezien het bij het laatste beroep gebleken was, dat de Societeit niet ruim van leeraars voorzien was. Zijn keus was gevallen op den jongman Jan van Gilse, zoon van een' der diakenen en hij beloofde hem te doen genieten:

zoolang hij het bijzonder onderrigt van Ds. Beets genoot, jaarlijks f 200:

als hij het onderwijs van een Professor begint te genieten, ƒ 200 om boeken te koopen en jaarlijks f 300:

als proponent, tot dat hij een vaste standplaats heeft, jaarlijks f 400, onder voorwaarde dat hij, nog proponent zijnde, zoo dikwijls in deze gemeente de dienst zou waarnemen, als hem zulks van den Kerkeraad zou worden verzocht.

Verder gaf hij kennis dat hij geueigd zou zijn, nog een' ander jongeling op dezelfde voorwaarden op zijne kosten te laten studeren, en verzocht den Kerkeraad hem behulpzaam te zijn in het vindeu van een geschikt persoon.

Jan van Gilse trad terstond in het genot dezer bepalingen, werd te Altona als student ingeschreven, en in 1774 aldaar tot proponent bevorderd. De Kerkeraad achtte evenwel deze bevordering niet wettig en voldoende, maar verlangde dat hij door Prof. Smidt te Amsterdam zou worden geëxamineerd. Deze weigerde hieraan te voldoen om verschillende redenen. Een verzoek aan den Kerkeraad der gemeente // bij de Zon' om hem als proponent te erkennen, hetgeen te eer kon geschieden, daar hij reeds een predik-