is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 4, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regten met de anderen, maar zelfs het overwigt begeerden en alle pogingen tot verzoening verijdelden. Even //liefelijk te aanschouwen" het is, hoe bereid de Waterlandsche broeders waren om zooveel mogelijk toe te geven en zelfs meermalen hun blijkbaar regt op te offeren om des vredes wil, even ergerlijk is het te zien, hoe de Vlaamsche broeders nooit tevreden zijn, altijd met ellenlange protesten voor den dag komen, onder elkander vergaderen en twist stoken en ten slotte doorgaans het ten einde brengen der zaken onmogelijk maken, door eenvoudig weg te blijven van de vergaderingen, belegd met het doel om hun grieven te hooren, te onderzoeken en zoo mogelijk te herstellen. De hinderpaal waartegen alles terugstuitte was vooral de // Dordtsche confessie van den jare 1632," die den nieuwberoepen leeraars onmiddelijk door de Vlaamsche broeders werd voorgelegd eu dan ook zonder eenig bezwaar onderteekend werd, hetgeen evenwel niet scheen te beletten dat onophoudelijk klagten over de Waterlandsche leeraars rezen, terwijl ik, van hunnen kant, geen enkele klagt vind opgeteekend. Hoog liepen de onaangenaamheden vooral in het jaar 1781. In dat jaar overleed Ds. Ouwejan, en volgens het contract van vereeniging werd besloten een leeraar van de Vlaamsche leerwijze in zijne plaats te beroepen. Een aantal Vlaamsche leeraars werden dus uitgenoodigd eene beurt waar te nemen, en een drietal werd genomineerd, waaruit dan, volgens de bestaande bepalingen, de Kerkeraad de keuze zou doen. Hiertegen werd een breedvoerig request ingediend. Vooreerst begeerden de Vlaamsche broeders zeiven de nominatie te maken, en was de tijd te kort om behoorlijk naar // geschikte voorwer-