is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 4, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Amsterdamsche gemeenten nog nader in onderhandeling, waarop eindelijk besloten werd de zaak aan te houden en voorloopig niets te doen, // aangezien het uit de publique pa// pieren duidelijk blijkt, dat al dergelijke adressen bij de // eerste kamer vaa het wetgevend ligchaam buiten deliberatie //gehouden worden." De oproeping ter burgerwapeuing geschiedde en de kerkeraad stelde den leden voor, dat zij die opgeroepen werden, zich ter bestemder plaatse zouden laten vinden, om daar het volgende declaratoir af te leggen:

//Ingevolge de gedane oproeping ben ik hier, niet om //mij tot de algemeene burgerwapening te laten opschrij//ven, maar om plegtig te verklaren, dat ik mij daartoe // onbevoegd achte, alzoo ik tot de Mennonieten of Doops//gezinden behoore en mij in gemoed bezwaard vinde, mij //in de wapening te laten wikkelen. — Verzoeke hiervan //ten mijnen behoeve aanteekening te doen en daarvan een //gunstig gebruik te maken, waar zulks mogt vereischt //worden.1 —

Dat dit intusschen weinig baten mogt, bleek al spoedig, toen een broeder in de Vergadering verscheen, met verzoek om raad, aangezien hij voor de officieren der 3ste compagnie was gerequireerd om als aangesteld fourier de gevorderde verklaring te komen doen. Hem wordt aangeraden, om de autoriteiten onder het oog te brengen, dat hij door het aanvaarden der betrekking van fourier, zijn lidmaatschap der gemeente zou verliezen, hetgeen althans zóóveel uitwerkte, dat hij. evenals zijn broeder, die in een dergelijk geval verkeerde, voor den dag der oproeping werd vrijgesteld. Hiermede schijnt de zaak te zijn afgeloopen, althans het notulenboek vermeldt er verder niets van.