is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 4, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

risz. gedrukt eu verspreid had en schier bezwijkende onder de pijniging Jan Claeszoon had verraden, gelijk hij op dezelfde wijze was verraden door geloofsgenooten in Eriesland *). De ongelukkige Amsterdamsche leeraar stierf als martelaar den 19dcn (niet den 29en) Januarij 1544 tegelijkertijd met Lucas Lambertsz., wien zelfs een 87-jarige ouderdom niet beveiligde tegen den smadelijken dood. Waarschijnlijk was 't bij eene dezer zamenkomsten te Amsterdam dat Claes Gerbrands van Wormerf) in 1541 of 1542 Menno hoorde prediken. Van Mennoos betrekking op de Amsterdamsche gemeente is nog altijd de bekende brief §) 't bewijs, die vooral polemiseert tegen de meening van de Davidjoristen en Batenburgers, als of men, om de vervolging te ontgaan, zonder gewetensbezwaar de R. K. eerdienst nu en dan mogt bijwonen. Waarschijnlijk heeft de strengheid, waarmede op 't laatst van 1543 de herdoopers eu herdoopten te Amsterdam vervolgd werden, het vertrek van Menno verhaast, 't Kan ook zijn dat daartoe bijdroeg een schrijver van Joannes a Lasco uit Emden, waarin deze hem tot een twistgesprek uitnoodigde, 't geen in Januarij 1544 **) plaats had en drie of vier dagen duurde.

*) Zie over hem brieven van den raad van Holland aan de landvoogdes 9 Jan. 1514 en Oct. 1545 op het Rijksarchief te Brussel en haar antwoord in de Criminele sententiën 's Ilofs van Ilollant

1538-1572 f° 171.

t) T. J. van Braght a. w. II bl. 142.

§) Werken bl. 637.

**) Wel noemt Menno in de voorrede tot zijna Korte en klare belijding van de menschioording (Werken bl. 517) het jaar 1543, maar aangezien dit geschrift, dat drie maanden na het gesprek uitkwam, het jaartal 1544