is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 4, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rottevalle tot ons overgekomen leeraar B. Cuperus aan onze gemeente door het houden eener intreerede over 2 Cor. IY: 7 : Maar wij hebben dezen schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid der kracht zij Gods, en niet uit ons.

ENSCHEDE. De brand van 7 Mei J862 vernielde kerk, pastory en kosterswoning met bibliotheekskamer (waaruit gelukkig korten tijd te voren de boeken verkocht waren) met al wat er in was, ook de kerkeboeken, in een woord al wat de gemeente bezat, behalve hare fondsen. De 94 leden werden hier en daar verspreid, de predikant vlugtte naar Hengelo, kortom er was geen spoor eener doopsgezinde gemeente meer te vinden. Dit duurde 5 a 6 weken. Toen werd er om de 14 dagen vergaderd in eene boerenschool op eenigen afstand van de stad. Doch den 19den Oct. 1862 kon men reeds vergaderen in de suite van eene particuliere woning in de stad. De winter werd besteed aan ernstige overleggingen over den herbouw, die nog al omslagtig waren, omdat de geheele broederschap daarover discussieerde en stemde, doch die, hoewel er nog al verschil van opinie bestond, vreedzaam afliepen. Met voorbijgaan van het plan, om de kerk op eene andere plaats te fraai, te kostbaar en te groot te herbouwen, dat vele voorstanders vond, besloot men haar eenigzins vergroot, eenvoudig maar net op de zelfde plaats te herbouwen.

Den 2den Mei 1864 werd in die herbouwde kerk voor het eerst gepreekt. En al vielen er enkele klagten over mindere hechtheid van het gebouw, over het algemeen voldoet het zeer goed. — Aangaande de vraag of en op welke plaats de pastory herbouwd zou worden, kon men