is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 5, 1865, 01-01-1865

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pruisen afgevaardigde Doopsgezinden en een' derden gedeputeerde van de broeders aan de Molotschna naar de Krim ondernomen, om te onderzoeken, of zich de gesteldheid van den grond daar genoegzaam aanbeval voor eene kolonisatie, waartoe men het vorige jaar door de Russische regering officieel was uitgenoodigd. Laat mi} hier den draad weder aanknoopen, en door nog iets meer van die reis mede te deelen, een aanvang maken met in de eerste plaats over de uitwendige gesteldheid der Doopsgezinden in Rusland het een en ander in het midden te brengen.

Nadat de inspectiereis met den in N°. 2 reeds medegedeelden uitslag, was volbragt, bleef de verslaggever met zijnen Pruisischen reisgenoot nog eenigen tijd in de Molotschna-kolonie, die hem ook door vroegere inwoning dierbaar was, verwijlen. Het was voor hem, zoo verhaalt hij, dubbel belangwekkend, om die kolonie in haren tegenwoordigen, zoo bloeijenden, toestand van naderbij te beschouwen. En hoe was er sedert het begin der hier aangelegde volkplanting, ja ook sinds de 21 jaren na zijn vertrek uit die streken alles verbazend veranderd! De van nature woeste en naakte steppe werd in een liefelijk oord herschapen, waarin tal van dorpen met knappe woonhuizen en schuren in regelmatige orde zijn gebouwd, omringd van schoone tuinen, en elk dorp is weder van grootere boschplantages omkranst, waarvan het geboomte, al naar den vroegeren of lateren aanleg van het dorp, hier meer, daar minder digt en hoog opgeschoten is. Tusschen de dorpen in strekken zich de goedbebouwde velden en akkers uit, die, waar onze blik zich henenwendde, overal den rijksten zegen van God ons te aanschouwen gaven, zoodat men, gedachtig aan de

9