is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Velp of Velpe 79) heeten, zooals ook nog andere landstreken genaamd de Veluwe (o.a. op de Peel) worden gevonden80). Met het oog op het stadje Vilvoorde bij Brussel heeft Carnoy81) al deze namen als „wilg"-namen willen verklaren, hetgeen voor de oude gouw Veluwe in elk geval beter toepasselijk is dan de verklaring als „vale ouwe" („vaal" is dit gewest zeker pas in de late middeleeuwen geworden, nadat de postglaciale zandverstuivingen weer van haar bebossching waren ontbloot!).

Niet alle gouwen hadden den naamsuitgang -gouw of -gooi. Er zijn ook talrijke met het woordeinde -uwe (= ouwe), -bant, -land en zelfs met -heim. Van deze laatste is Kinheim (later Kennemerland) het meest bekend; maar ook Salland in Overijsel heet in de eerste vermelding in de 9e eeuw „Salahom" 82); een buitenlandsche tegenhanger is de pagus Boiohemum (Böheim = Bohemen). Overigens wil ik slechts alweer de Veluwe en Betuwe, verder Teisterbant en Brabant (eigenlijk Brakbant, d.i. gouw langs de Brakel of Senne) 83), Hamaland en Masalant aanhalen, om aan te toonen dat de bovenstaande regel ook in Nederland mag worden toegepast.

Omtrent de „kleine" gouwen zijn wij slecht ingelicht, eigenlijk meer toevalligerwijs. De Noordgouw van de Veluwe, het Opgooi van Niftarlake en denkelijk ook de Noordgo van Rijnland (sit venia verbo, want de pagus „circa oras Rheni" was de kern van het latere Rijnland) alsmede het Balgooi in de groote gouw Betuwe zijn voorbeelden hiervoor. Maar het lijkt er op als of de talrijke „Gouwen" in Westfriesland ook gedeeltelijk als aardrijkskundig begrip kunnen worden beschouwd, want het is zeker geen toeval dat wij soortgelijke wateren juist aan weerszijden van de Zaan, de Up enz. aantreffen. Ook de „Lecsatergawech", waarvan de naam zoo duidelijk zinspeelt op de voormalige „Leek" van Medemblik84) en die in de Kleine Gouw van Andijk een zoo merkwaardig vervolgstuk heeft, mag m.i. op soortgelijke wijze worden geïnterpreteerd.

Is deze opvatting juist, dan mag de studie der oude gouwen inderdaad langs dezen weg van overwegend aardrijkskundigen aard opnieuw onder handen worden genomen. Ik durf hier voorloopig niet verder te gaan en moet ook het vraagstuk in het midden laten, waarom bv. uit het oude Naardinclant (het land van Naarden) een zoo vage naam als Gooiland is ontstaan en waarom tal van gouwen slechts eenmaal worden aangehaald en blijkbaar al heel vroeg weer zijn verdwenen.

79) Nom. Geogr. Neerl. III, 1893, pag. 259 e.v..

80) Nom. Geogr. Neerl. III, 1893, pag. 261 e.v..

81) Carnoy, A., L'origine des noms de lieux aux environs de Bruxelles. 1926. pag. 127.

82) Nom. Geogr. Neerl. I, 1885, pag. 126.

83) Carnoy, l.c. pag. 44.

84) Nom. Geogr. Neerl. IV, 1896, pag. 13.