is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

winnen. Een der pioniersters was Raden Ajoe Gondosoebroto, die zich reeds in 1899 een voorvechtster toonde, maar welker ideeën eerst in 1911 konden worden gepubliceerd. De gehuwde Mohammedaan heeft het recht van verstooting zijner vrouw, zonder zelfs daarbij een reden te behoeven aan te voeren. Honderd dagen duurt daarna zijn onderhoudsplicht en dan is de vrouw, die dikwijls een voorbeeldige echtgenoote is geweest en een liefdevolle moeder, aan de genade der familie overgeleverd, uitsluitend omdat haar man verliefd is geworden op een andere, bijna altijd jongere vrouw. Haar kinderen moet ze nog dikwijls bij haar man en zijn nieuwe vrouw achterlaten omdat ze geen middel van bestaan heeft.

Mary Pos las ons daarna de verlangens der inheemsche vrouwen zelf voor uit haar tijdschriften, waarin al haar idealen en verlangens tot uiting komen. De Federatie der vrouwenvereenigingen heeft een uitgebreid programma, voor welker verwezenlijking men strijdt: kinderbescherming, bestrijding der kinderhuwelijken, der polygamie en van den handel in vrouwen, ontwikkeling der jeugd en een ijveren voor meer rechten der vrouwen, o.a. een stem in de staatshuishouding.

Na nog over de poëzie in het leven der vrouwen te hebben gesproken ging Mary Pos over tot behandeling van het leven der Europeesche vrouw en toonde zij aan de hand van feiten hoe dat leven er niet een is van nietsdoen en zoo goed mogelijk de warmte verdragen, maar dat er een verblijdende activiteit ook onder de Europeesche vrouwen wordt gevonden. De Vereeniging van Huisvrouwen telt duizenden leden, zoo ook de vele andere vrouwenorganisaties. De spreekster wees op het kwaad van de samenleving in Indië, het roddelen over elkander, het misbruiken van Gods naam en het soms prat gaan op een laag autonummer of het niet willen omgaan met menschen welke een minder maandsalaris hebben dan men zelf bezit. Deze mannen en vrouwen waren het die de Indische samenleving in een slechten reuk brachten.

Ontelbare voorbeelden van naastenliefde en zelfopoffering had spreekster evenwel op haar maandenlangen zwerftocht mogen zien. Vooral voor de vrouwen werkend op de zendings- en missieterreinen had ze diepe bewondering, maar daarnaast ook voor de moeders van gezinnen, die in een tijd van laagconjunctuur dikwijls zoo'n zware taak hadden.

In haar gedachten zag spreekster rijen der dappere vrouwen voorbij zich trekken, werkend in groote stadskampongs, vuil en heet, in de eenzaamheid van Sumatra, in kolonies voor blinden, bedelaars en melaatschen. Dan pas zag men wat vrouwen bereiken kunnen die zichzelf weten te verloochenen. Zij toonden een moederhart te bezitten dat altijd trachtte in dienende liefde iets voor anderen te beteekenen, de hoogste roeping en het hoogste geluk der ware vrouw.

Spreekster eindigde met een gedicht dat sprak over het groote geluk dat elke vrouw het hare kon maken door te willen dienen.

De volgende voordracht op 2 December eveneens voor het Koloniaal Instituut, Oost en West en het Genootschap, bracht wel een ge-