is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fürer-Haimendorf, Christ. von, Die nackten Nagas. Dreizehn Monate unter Kopfjagern Indiens. Mit Abb. und Ktn. Leipzig^ F. A. Brockhaus, 1939- 8°. 256 pag.. Rm. 7.—; Lw. Rm. 8.— (ï54-9 H 9)

Guenther, K., Das Antlitz Brasiliens. Natur en Kultur eines Sonnenlandes, sein Tier- und Pflanzenleben. Mit Taf. Leipzig, R. Voigtlander, 1927. 8°. 359 pag.. 1

(1548 D 6—9)

Heerkens, P., Flores, de manggarai. [Met voorw. van Arn. Verstraelen]. Uden, Missiehuis, 1930. 8°. 144 pag.. Met afb.. (191 E 4)

Heerkens, P., Sinjo, de slimme aap. Ende, Flores, 1932. 8°. obl. 45 pag.. Met ill..

(A. G. LV, 6)

Hettner, A., • Vergleichende Landerkunde. 4 Bde. Mit Abb. und Kart. Leipzig und Berlin, B. G. Teubner, 1933—35. 8°. 221, 172, 202 und 347 pag.. R.M. 38.—1

(1548 D 6—9)

Jaar — Tien — Wieringermeer 1930/40. Het in cultuurbrengen en de sociaaleconomische opbouw van de Wieringermeer. Alkmaar 1940. 8°. Met afb., kaartjeó en tabellen. 64 pag.. (A. G. LV, 7)

Kéler. S., Ba us toffe zu einer Monographie der Mallophagen. II. Teil: Ueberfamilie der Nirmoidea (1). Mit Taf. Halle (Saaie), 1939, 8°. (Nova acta Leopoldina, N. F., VIII, 51). R.M. 25.— (V. V. 682)

Kruyt, A. C., De buffel die een meisje ter wereld bracht. Een verhaal van de Oost-Toradjas. (Overdr. uit: Mensch en Maatschappij, 16de jaarg. n°. 4).

(A. G. Overdr.)

Kruyt, A. C., — Volksverhalen van de Oost-Toradjas op Midden-Celebes, verzameld, vertaald en van aanteekeningen voorzien door —. (Overdr. uit: Tijdschr. voor lnd. Taal-, Land- en Volkenkunde, LXXX, 2. pag. 211—265.).

(A. G. Overdr.)

Kunst, J., Een en ander over de Javaansche wajang. Amsterdam, 1940. 8°. Met afb.. (Kon. Vereen. „Koloniaal Instituut", LIII, afd. Volkenkunde, n°. 16).

(Ned. D 96)

Lam, H. J., Een botanische studiereis naar Madagascar. Voordr.. Met pl.. 's Gravenhage [1940]. 8°. (A. G. Overdr.)

Leyssius, H. J. L. Th. van Rheineck, De Zuid-Hollandsche eilanden in den Romeinschen tijd en de zuidelijke route van de Peutingerkaart. Met kaartje. (In: Rotterdamsch jaarboekje, 1940, pag. 76—104). (A. G. Overdr.)

Mayer, Rob., Die Alföldstadte. Wien, 1940. 8°. (Abhandl. der Geogr. Gesellschaft in Wien, XIV, 1). 42 pag.. R.M. 4.-— (V. V. 1252, XIV, 1)

Ortelius, Abrah., Thesaurus geographicus. In quo omnium totius terrae regionum, montium, promontoriorum, collium, siluarum, desertorum, insularum, portuum, popu: lorum, urbium, opidorum, pagorum, fanorum, tribuum: oceani, marium, fretorum, fluuiorum, torrentium, sinuum, fontium, lacuum, paludumque nomina & appellationes veteres; additis magna ex parte etiam recentioribus. Antverpiae, ex officina Christo phori Plantini 1587. f°. 054& A 19)

Rapport van de Commissie drinkwatervoorziening Westen des lands, 1940. Met graf. kaarten en teekeningen. 2 dln. 's Gravenhage, Rijksuitgeverij, 1940. 40.

(1548 A 17)

Schamelhout, G., De volkeren van Europa en de strijd der nationaliteiten. iste, 2de dr. 3 dln. [Amsterdam, Wereldbibliotheek], 1929—32. 8°. (Encyclopaedie in monographieën). Met kaarten en afb. 496, 472 en 413 pag.. (*549 D 12—14)