is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk; maar ook toen werd veelal slechts overgegaan tot een splitsing der oude kwartieren terwijl indien nieuwe kwartieren werden geschapen, het viertal of een veelvoud van vier regel bleef (bv. in Delft). In verreweg de meeste gevallen zijn belangrijke straten de grenzen der kwartieren geweest, zoodat dus de twee zijden van deze straten aan verschillende kwartieren (later wijken) toebehoorden. Om bepaalde redenen (brandweer, heffing van bepaalde contributies zooals bedelpenningen e.d.) zijn sedert de late middeleeuwen in sommige steden gesloten groepen van huizen („blokken") of „hoofdmanschappen tot grondslag der wijkverdeeling gekozen; deze indeelingen, gedeeltelijk nog voortlevende in de wijkverdeelingen der 19de eeuw, zijn voor het geografisch onderzoek echter van minder belang.

De verdeeling in vier kwartieren berust op een Romeinsche traditie; het is de verdeeling van het castrum der oudheid. In den plattegrond verschijnt deze verdeeling dan ook in de gedaante van een simpel kruis. Deze vorm is tot in den tegenwoordigen tijd behouden gebleven in de wiskundig strenge wijkverdeeling van Nijmegen. Ook de „Oude stad" van Leiden is door het kruis van de grenzen der vierendeelen op eenvoudige wijze onderverdeeld, waarbij door de excentrische ligging der eene aslijn (Breestraat) een vrij onsymmetrisch geheel is ontstaan. Het eenvoudige kruis der wijkgrenzen is ook in Zutfen, in Zwolle en elders nog duidelijk te herkennen, al zijn juist hier zeer typische modificaties waar te nemen. Deze staan in verband met latere uitbreidingen der betrokken steden, waardoor nieuwe ruimte moest worden aangesloten op de oude stadsverdeeling. In het geval van Zwolle komt een bepaalde stadsuitleg op een zeer duidelijke wijze tot uitdrukking in de onregelmatigheden van het beloop der wijkgrenzen.

Er bestaan zekere typische afwijkingen in de onderlinge ligging der oude stadskwartieren. De steden die ontstaan zijn langs de dijken kenmerken zich door het feit dat de oude kwartieren naast elkaar als het ware aan één lijn zijn geregen, waardoor de administratieve verdeeling der stad het beeld oplevert van een ladder (bv. Kampen) . In andere gevallen liggen drie der vier kwartieren naast elkaar en één daarnaast (Rotterdam, vermoedelijk ook Delft). Men zou hier een analogie met de oorspronkelijke structuur der „vicus"-steden kunnen zien, maar deze vergelijking gaat niet op: het voorbeeld van Nijmegen toont aan dat de verdeeling in kwartieren onafhankelijk is van de oudste gedaante en functie der steden en dus denkelijk uit lateren 1 tijd dateert. Al is de nederzetting Nijmegen niet daar opgekomen waar de Romeinsche legerplaatsen waren gelegen 44), al is Leiden denkelijk niet ouder dan de Frankische tijd 45) : de Romeinsche traditie komt in de verdeeling der vierendeelen duidelijk naar voren. Rotterdam heeft nooit een „Hof" gekend en is pas in de late middel-

44) Zie Tijdschr. Econ. Geogr. XXIX, 1938, pag. 82 e.v

45) Blok, P. J., Geschiedenis eener1 Hollandsche Stad. 2e druk. I, 1910, pag. 21 (ook ib. pag. 2 e.v., 6 e.v., 11).