is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vuursteenen zijn hier vroeg-atlantisch, dus boreaal4).

Omtrent de overige op de plaat III genummerde afbeeldingen kan nog het volgende worden vermeld:

No. i is een microburin uit Tunis, mij gegeven door Prof. Abbé Breuil. No. 2 is een microburin uit het lagere niveau van het Natufian

in Palestina, mij gege¬

ven door Prof. Miss Garrod5). No. 4, 5, 6, 8, 21, 24, 34, 40, 41, 54 zijn vondsten in 't zand van horizon A langs den Beerser Haarweg en andere plaatsen in de omgeving, waar deze horizon A vaak voorkomt. No. 7 van de teekening is een Bronstij dpijlpunt van de Veluwe; No. 9 is een mousterienpunt van Ramioul —■ België, door mij gevonden op 17 April 1938; van geen van beide culturen zijn hier sporen door mij aangetroffen. Alle vondsten uit de afgraving zijn door mij op millimeterpapier aangeteekend en bewaard.

Behalve de beide bovengenoemde profielen II en III bezit ik nog uitgesneden profielen van veen met de loodzandlaag er onder en de vuursteenen nog in deze loodzandlaag zit¬

tend. De Rijks theologische Dienst geeft voor de beide plaatsen: I 4 v = hoogveen en II 8 = laagterras.

a. Dewers: Probleme der Flugsandbildung in Nord-West-Deutschland, pag. 354(AbhandLungen herausgegeben vom naturwissenschaftlichen Verein zu Bremen

XXIX Band, Heft 3,4) 1934/35- , ... .... ., „nH

b. Andree, J., Beitrage zur Kenntnis des Norddeutschen I alaolithikums

Mesolithikums, pag. 49. . , ,

c. Kurd von Bülow, Zur geologie des Ortsteins (Geologischer Rundschau, Band

jO^Prof. Miss ^Garrod heeft een coupe van II, voor Prof. Abbé Breuil reserveerde ik een coupe van III.