is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die gezamenlijk bijna 19 millioen gecollectiveerde boerderijen telden. Een collectief bedrijf komt overeen met een dorp. Het aantal boerderijen en de ter beschikking staande oppervlakte aan bouwgrond is zeer verschillend. In het Europeesche Zwarte-Aardegebied komt voor rekening van één gecollectiveerde boerderij 10 ha, in West-Siberië 50 ha, in het Verre Oosten nog meer, terwijl deze oppervlakte in het intensief bebouwde oasengebied van Toerkestan slechts 3 ha bedraagt.

Nauw verbonden met de collectiveering is de mechaniseering van den landbouw. Vier groote fabrieken, in Gorki, Kharkof, Stalingrad en in Tseljabinsk, leveren de benoodigde tractoren, wier totale aantal in de Sovjet-Unie in 1938 meer dan een half millioen bedroeg. Om de collectieve bedrijven van voldoende mechanische trekkrachten te voorzien werden tractorenstations ingericht (afgekort MTS), wier aantal in 1938 6358 bedroeg en die ieder 1—2 dozijn collectieve bedrijven moeten bedienen. Vooral in het gebied der Zwarte Aarde bevindt zich de mechaniseering van den landbouw in een vergevorderd stadium.

De collectiveering heeft niet nagelaten een stempel te drukken op het landschapsbeeld, daar de kleine perceeltjes bouwgrond van het Russische dorp hebben plaats gemaakt voor de uitgestrekte complexen van het gecollectiveerde bedrijf. In het voorjaar van 194° werd bovendien van hoogerhand bevolen om (het eerst in de Oekraïne) tot de invoering van oordeelkundige vruchtwisseling over te gaan. Daardoor zullen de braakliggende velden langzamerhand uit het landschapsbeeld verdwijnen.

In de binnenlandsche economische politiek der Sovjet-Unie is het streven te onderkennen om bepaalde monopolie-posities van verschillende gebieden in de productie van verschillende goederen terzijde te stellen en om in het algemeen monocultures te vermijden. Men kan zeggen dat een zekere autarkie van de enkele gebiedsdeelen van het rijk wordt nagestreefd, zoowel op het terrein van den landbouw als op dat der industrie. Zoo is de katoenverbouw heden niet meer beperkt tot Toerkestan, doch de teelt van dit gewas wordt aangetroffen aan den geheelen zuidelijken rand van de Sovjet-Unie van Taurië over Cis- en Transkaukasië tot in Dzjoengarije. De suikerbiet, die tot dusver beperkt was tot de noordwestelijke Oekraïne en eenige deelen van het Groot-Russische Zwarte-Aardegebied verschijnt sedert eenige jaren, begeleid door de bijbehoorende suikerfabrieken, ook langs de Wolga, in Transkaukasië, ten zuiden van het Balkasj Meer en in het Verre Oosten. De rijst wordt niet alleen meer in Toerkestan verbouwd — men heeft voor dit doel en tevens uit andere motieven groepen Koreanen uit het Oessoeri-gebied naar Fergana in Toerkestan gebracht — doch ook aan de westkust van de Kaspische Zee in Talysch (ten zuiden van Bakoe), aan de Koeban (ten noorden van Noworossiisk), hier en daar in de Oekraïne en aan de Wolga.

Natuurlijk zijn de oude productiegebieden van deze gewassen nog van zeer groote beteekenis voor de Sovjet-economie.

In den laatsten tijd richt de collectiveering haar aandacht op de