is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wèl echter merkt hij op, dat op Soemba worden gezien lieden met golvend haar, die hem aan Polynesiërs deden denken, alsook menschen, welke op Noord-Amerikaansche Indianen gelijken en anderen, die min of meer Europeesche trekken hebben.

Interessant is zeker ook de mededeeling van Ten Kate, dat de meeste menschen op Soemba sluik haar hebben.

Het Melanesiër-Papoeatype of Negrito-Papoeatype, dat op Timor, Flores en Solor zoo vaak gezien wordt, komt volgens Ten Kate op Soemba slechts zelden voor5).

In zijn „Contribution a 1'Anthropologie de quelques peuples d'Océanie"6) schreef Ten Kate: „Toutes les séries, que j'ai étudiées dans 1'Insulinde sont plus ou moins impregnées de sang mélanésien, soit négrito soit Papoua, a 1'exception des Soumbanais, qui, a mon avis, sont le peuple le plus franchement indonésien que j'ai étudié. Viennent ensuite les Savounais. Mais chez ces derniers, comme chez les Soumbanais, un élément brachycéphale, se rapportant au groupe malais, est venu altérer la pureté de race, comme encore eet autre élément, venu de je ne sais oü, qui a donné de si belles figures, moitié hindoues moitié Juives, a bon nombre d'individus de ces deux peuples."

Ook de Roo van Alderwerelt 7) heeft reeds er op gewezen, dat de Soembaneezen behooren tot de sluikharige rassen. Wèl ziet men echter bij de Soembaneezen sporadisch golvend haar. Volgens de Roo van Alderwerelt zou kroeshaar wèl opgemerkt worden bij de kustbewoners van Soemba, doch deze kroesharige Soemba-bewoners zouden meestal van Endeh en een enkele maal van Solor ingevoerde slaven zijn en ook wel eens bij Soembaneezen van gemengd SoembaSawoe-ras of Soemba-Endeh-ras. Als een bewijs, hoezeer kroeshaar uitzondering is bij de Soembaneezen, voert de Roo van Alderwerelt aan, dat Mahageenga, hetwelk kroesharig beteekent, een bijnaam is van de Soembaneezen, die zulk haar hebben.

Door Junghuhn zijn de Soembaneezen gerekend tot het zg. Batakras. Dat is het ras, hetwelk wij thans Proto-Maleiers noemen.

Bijlmer heeft op Soemba metingen gedaan bij levenden te Waikaboekak in het Centrum van West-Soemba en te Waingapoe in Midden-Soemba, aan de Noordkust8). Hij vond bij de Soembaneesche mannen bij 36 % sluik haar, 3 % golvend haar en 22 % spiraalhaar, bij de vrouwen bij 93 % sluik haar en 7 % spiraalhaar. Volgens Bijlmer is in Soemba Melanesische invloed van weinig of geen beteekenis. Hij houdt de Soembaneezen voor vertegenwoordigers van het „Proto-Maleische ras. „We are inclined" — zegt Bijlmer — „assuming this Proto-Malay race as a substratum of the whole Timor Archipelago and crediting it for the mesocephalic element that pops up in all examined groups except in the two of East-Flores."

5) Kate, H. ten, Mélanges Anthropologiques (L'Anthropologie, T. XXIV, I9I3)-

6) L'Anthropologie, T. IV, 1893.

7) Eenige Mededeelingen over Soemba. Tijdschrift voor Indische Taal-, Land- en Volkenkunde, deel XXXIII, 1890.

8) Bijlmer, H. J. T., Outlines of the Anthropology of the Timor-Archipelago, 1929.