is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de destillatie van de sandelolie uit het hout van Timor in Europa niet meer loonend maakte. Sinds 1936 zijn echter enkele van deze belemmeringen in gunstigen zin gewijzigd. Zoo werd de vrachtprijs van Indië naar Europa verlaagd en verder werd de mogelijkheid om op kleinere partijen te bieden opengesteld. Om toch eenigen indruk te geven van het aangeboden product is men tevens overgegaan tot het toezenden van standaardmonsters naar verschillende consulaten. Door deze maatregelen en door de iets lagere vraagprijzen is de belangstelling van het Europeesche consumptiegebied voor het product weer eenigszins toegenomen, zoodat naast de uitvoer naar China (Hongkong), langen tijd het eenige afzetgebied, Europa weer als afnemer genoemd kan worden.

De export van sandelhout over de laatste 10 jaar van Nederlandsch-Indië blijkt uit onderstaanden staat.

1929 1930 1931 1932 1933 1934 1935 1936 1937 1938 in 1000 kg 122 54 o 56 44 54 45 90 83 144 in 1000 gulden 91 32 o 25 20 18 17 16 23 43

(Ontleend aan enkele artikelen over dit onderwerp in Tectona 1925, 1937 en 1939)

Bauxiet in Nederlandsch-Indië. — De voornaamste vindplaatsen van bauxiet worden op de eilandjes Bintan en Batam van den Riouw-Archipel aangetroffen. Men raamt dat de zich op het eiland Bintan bevindende afzettingen een reserve van 10 millioen ton bauxiet vormen. De exploitatie geschiedt door de Nibem (Ned.-Indische Bauxiet Exploitatie Maatschappij), waarin o.a. vertegenwoordigd zijn de Billiton Maatschappij en de OostBorneo Maatschappij.

De exploitatie van de ertsen op Bintan werd bevorderd doordat Japan zich ten aanzien van de voorziening in de behoefte aan aluminium van Amerika los wilde maken. Het Japan Aluminium Syndicaat stelde zich in verbinding met de Nibem en in 1934 kwam een overeenkomst tot stand waarbij de Japansche maatschappij ten behoeve van een door haar opgerichte aluminiumfabriek te Takou op Formosa een jaarlijksche afneming van minstens 24000 ton bauxiet garandeerde. De overeenkomst behelsde de bepaling dat het erts voor 50 % met Nederlandsche en voor 50 % met Japansche schepen zou worden vervoerd. Nadien trad ook Duitschland als afnemer van het Indische bauxiet op. In 1938 betrok dit land reeds 20 % van zijn totalen bauxietinvoer uit Bintan.

De verscheping van het bauxiet naar de afnemers geschiedt in bulk, met als gevolg dat ongeveer twee derden van hetgeen de koopers voor het erts betalen aan vracht moeten worden uitgegeven. Daarom is het denkbeeld gerezen om in Indië zelf een aluminiumindustrie in het leven te roepen. Aan dit bedrijf zal de door