is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

punten vestigt Westermann hierbij de aandacht. In de eerste plaats dat een goed beleid eischte rekening te houden met de aanvankelijk overheerschende positie van Singapore als overslaghaven ten gevolge van den grooten invloed der Chineesche kooplieden in deze stad, wier vertegenwoordigers in heel den Archipel werden aangetroffen en den handel ten koste van Makassar op Singapore richtten. Eerst zeer geleidelijk slaagde men er in een groot deel van dit overslagbedrijf naar Nederlandsch-Indië zelf over te brengen of zelfs overbodig te maken en Makassar zijn oude beteekenis te doen herwinnen. De opkomst van den coprahhandel droeg hiertoe bij, terwijl de stichting van de oceaanhaven Belawan-Deli uiteraard ook aan de positie van Singapore afbreuk deed.

In de tweede plaats wijst de schrijver er telkens op, hoe op vele plaatsen zich nog een bloeiende prauwenvaart der inheemschen handhaaft (vgl. bijv. blz. 265, 284, 301, 303, 311, 336, 339, 364, 369, 370, 380). Niet deze prauwenvaart ondervond de sterkste concurrentie van de K. P. M.. Het waren de Chineezen, die met hun schoeners en veelal oude elders afgedankte stoombooten de prauwenvaart dreigden te verdringen, die nu op hun beurt het tegen de K. P. M. onmogelijk konden volhouden. Met hun verdwijnen nam tevens de beteekenis van Singapore af.

In de derde plaats wijst Westermann er telkens op, hoe de K. P. M. in de meer afgelegen streken zelf crediet verleende en daardoor den handel bevorderde. Tal van aardige bijzonderheden over de taak van den kapitein en van den eersten stuurman worden ons hier medegedeeld. Levendig wordt ons geschilderd onder welke primitieve omstandigheden het lossen en laden en ook de handel zelf plaats vinden. Fraaie afbeeldingen verduidelijken dit soms zeer primitieve handels- en scheepvaartbedrijf, waarbij velen zich hun bootreizen, bijv. met de Houtman van Batavia naar Padang, of met de Ophir van Soerabaja naar Boeleleng op Bali en naar Makassar zullen herinneren. Alle stadia van handel- en scheepvaartontwikkeling treft men op deze reizen in den Archipel aan.

Hoe daarbij Singapore steeds meer wordt uitgeschakeld ten bate van Indië zelf blijkt telkens opnieuw, al heeft deze Chineezenstad nog steeds een derde van den Indischen handelsomzet, niet het minst dank zij de bevolkingsrubber.

Op tal van punten wordt verder de aandacht gevestigd: op de toenemende beteekenis der Kleine Soenda-eilanden als veeteeltgebied, op de groote beteekenis van Lombok als rijstleverancier enz.. Zoo komt reeds 70 % van alle rijst, die uit Indië o.a. naar Amsterdam geëxporteerd wordt van dit eiland, terwijl de in Indië zelf rijst importeerende gebieden deze van Java of Celebes betrekken (vgl. blz. 289, 335).

Zoo is dit tweede gedeelte van het gedenkboek een handelsaardrijkskunde van Nederlandsch-Indië geworden, een handels-