is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERSLAG over den toestand en de verrichtingen van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap gedurende het jaar 1940.

Geachte Medeleden,

Ons medebestuurslid, de Schout bij Nacht F. J. Heeris heeft, in Juli 1940 een dagorder gericht tot de Officieren, Onderofficieren en Manschappen der Koninklijke Marine waarin o.m. stond. „Ver geet niet, dat Gij Nederlander zijt en dat, wat ook Uw persoonlijke gevoelens mogen zijn en in welke mate Gij U ook moogt neergedrukt voelen door den geweldigen slag, die aan ons land is toegebracht, Ge niet het recht hebt bij de pakken neer te zitten, doch dat het Uw plicht is, in elk opzicht en met Uwe volle persoonlijkheid mede te helpen om datgene te doen, wat voor ons land gedaan kan worden !

En zoo heeft Uw Bestuur er eveneens over gedacht en het besloot dan ook in de vergadering van 3 Juni 1940 om met de werkzaamheden van het Genootschap door te gaan, in de allereerste plaats met de uitgave van het Tijdschrift. Dit Tijdschrift toch is de band, die de leden onderling te zamen bindt en waarin wij uiting kunnen geven aan hetgeen de Nederlandsche wetenschap tot stand bracht en vooral ook hoe onze oude cultuur door die wetenschap niet alleen bewaard werd, doch steeds bloeiende is. Ook het Algemeen Bestuur betuigde in de vergadering van 12 October zijn volle instemming met dit besluit.

Het hoogtepunt in dit Genootschapsjaar was wel de behouden thuiskomst van den leider van onze Nieuw-Guinea Expeditie i939> den Heer C. C. F. M. Ie Roux en van den zoöloog, Prof. Dr. H. Boschma. De overige leden der expeditie bleven in Ned. Indië. Op 6 April had een huldigingsfeest plaats in het Amstel-Hotel, waarbij behalve onze Eere-Voorzitter Prins Bernhard vele autoriteiten aanzaten, benevens de deelnemers aan alle voorafgaande expedities in Nieuw-Guinea.

De belangrijkheid van deze expeditie werd officieel erkend doordat den Heer le Roux het Ridderkruis van den Nederlandschen Leeuw en den Luitenant ter Zee 2e klasse H. Nepveu het Ridderkruis met de Zwaarden der Oranje Nassau Orde werden verleend.

In het Rijksmuseum voor Land- en Volkenkunde te Leiden werd op 29 Juni een tentoonstelling geopend van de ethnografica door onze expeditie bijeengebracht. <

Met de firma Brill werd een contract afgesloten tot het uitgeven van het wetenschappelijke reisverslag. Dit boek zal een omvang hebben van ongeveer 500 bladzijden druks. Het Departement van Koloniën gaf voor deze uitgave een subsidie van ƒ 5000.—. Alle leden van het Ge-