is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheel samen vallen, behalve juist in den verzakten NO hoek van de Luthersche Kerk. Het fundament valt geheel samen met de tegenwoordige rooilijn van de Langestraat (13). Het resultaat van de boring was als volgt:

straatpeil tot 1,50 m: puin en vuil,

-5- 1,50 m „ -s- 2,00 m: zuiver zand,

-r- 2,00 m „ 3,50 m: veen en bagger,

-r- 3,50 m „ 3,75 m: grauw (door veen vervuild?) zand.

Hier is men opgehouden met boren, doch men had den grondslag van de fundeering der H. Geestkerk nog niet bereikt. Op een diepte van 2,50 m onder straatpeil werden horizontaal gelegde eiken palen aangeboord met een diameter tot 12 cm. Het is derhalve waarschijnlijk dat de voordeweg niet ouder is dan de H. Geestkerk en dus dateert van omstreeks 1200. Nu rest nog de vraag, wanneer dit wed vervangen werd door een brug. Daarop heb ik geen antwoord kunnen vinden. Bij verschillende poorten blijken vroeg in de 15e eeuw al bruggen te zijn. Het laatst werd het wed voor de St-Andriespoort weggebroken, dat uit kiezel en hout bestond (stadsrekening 1525, pag. 43). Een brug bij de Trijsgens — (= St.-Andries)poort (H) wordt echter al genoemd in 1438; de buren legden deze brug gezamenlijk aan en mochten ook het hout weer terug nemen als de brug werd opgebroken. Tijdens de voortdurende oorlogen van dien tijd liet men het wed liggen, doch brak men blijkbaar telkens de brug af.

4. „De Plompetorenpoort (C), dit eigenaardige voorbeeld van een „dichtgemetselde stadspoort, die al in de 15e eeuw buiten functie is „geraakt."

Ook hier heeft het onderzoek dezen zomer nieuwe feiten aan het licht gebracht. Over den geheelen toren is het oorspronkelijke muurwerk blootgelegd. Daardoor bleek het volgende:

a. De Plompetoren is nooit een poort geweest. Aan de singelzijde vormt de muur zonder eenigen twijfel één geheel; aan de zijde van de straat, de Muurhuizen (17), was een poort, die mogelijk van later tijd dateert, toen een brandspuit moest worden opgeborgen.

b. Naast de Plompetoren is een nauwe doorgang geweest, waar later een huis werd gezet- De tijd waarin dit plaats vond is niet bekend; in ieder geval gebeurde dit niet in de middeleeuwen.

Dan is er een factor dien ik verzuimde te vermelden, nl. de voortdurende dreiging van de Gelderschen op de grenzen van het Sticht van de 12e tot de 16e eeuw, waardoor een stadspoort méér een extra gevaar beteekende. Of aan den Heiligenbergerweg (24) dus een plaats in zeer ouden tijd moet worden ingeruimd, is op zijn minst twijfelachtig geworden. Het spijt mij dat de heer Leyden dus door mij op een dwaalspoor werd gebracht, waardoor hij tot de veronderstelling kwam dat een weg voor paarden ten Oosten van de stad door het laaggelegen gebied zou hebben geloopen, en dat zoo de Kamperbinnenpoort van jongeren datum was. De Plompetoren is dus niet meer geweest dan een van de torens in de Muurhuizen, zooals er tusschen de poorten meer waren o.a. bij het Havik (6).