is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te Buitenzorg behoort, maar dat een aantal biologische instellingen onder dien naam vereenigd zijn, waaronder ook een Zoölogisch Museum. De Directeur van den Plantentuin beschikt dus ook over een orgaan dat hem kan voorlichten bij mogelijke faunistische vraagpunten. De Directeur van 's Lands Plantentuin nu heeft een aan hem voorgelegd voorstel alleen te beoordeelen van het standpunt van natuurbescherming uit. Gaat het om de bescherming van bepaalde plantensoorten of van een bepaald vegetatietype, dan moet hij nagaan of het aangevraagde terrein wel het meest geschikt is, of niet elders wellicht betere terreinen te vinden zijn voor het beoogde doel. Is er sprake van een terrein ter instandhouding van een of meer diersoorten, dan dient ook hier beoordeeld te worden of de omvang en de gesteldheid van het terrein voldoet aan de eischen die men met het oog op de te beschermen diersoorten moet stellen. Kan de Directeur van 's Lands Plantentuin zich met het voorstel vereenigen, dan wordt het aan den Directeur van Economische Zaken voorgelegd, waaronder in Indië zoowel 's Lands Plantentuin als het Boschwezen ressorteeren. Is het voorstel goed geargumenteerd dan zal ook genoemde departementschef zijn goedkeuring er aan hechten en wordt het voorstel doorgezonden aan den Directeur van Binnenlandsch Bestuur. Deze, na gewoonlijk eerst het oordeel te hebben ingewonnen van den betrokken resident binnen wiens ambtsgebied het aangevraagde terrein ligt, laat ook zijn voor of tegen hooren. Meestal gaat het hier om de vraag of de aangevraagde gronden niet noodig zijn voor de houtvoorziening van de bevolking o^ bestemd moeten worden voor toekomstige uitbreiding van den aanplant, of de belangen van de bevolking ook niet te zeer geschaad worden als geen boschproducten in het bedoelde terrein meer ingezameld mogen worden, of als daar geen jacht of visscherij meer zal mogen worden uitgeoefend. Dit alles zijn argumenten die dikwijls zwaar wegen en waarom dan ook meer dan eens een voorstel werd afgewezen.

Maar nemen wij aan dat ook de Directeur van Binnenlandsch Bestuur geen bezwaren naar voren brengt, dan komt het voorstel bij de Regeering, d.w.z. het wordt voorgelegd aan den Gouverneur-Generaal, die nadat eerst nog de Raad van Nederlandsch-Indië is gehoord, dan ten slotte het besluit kan slaan waarbij het bedoelde terrein wordt aangewezen als natuurmonument of wildreservaat.

Het is een lange weg, en dikwijls een lange lijdensweg, die afgelegd moet worden voordat een reservaat is aangewezen. Maar niettegenstaande dezen langen weg is toch al zeer veel tot stand gebracht en staat Nederlandsch-Indië ook wat natuurbescherming betreft onder de tropische landen in de eerste linie. Nederlandsch-Indië is thans niet minder dan een honderdtal reservaten rijk (zie de lijst hierachter), met een gezamenlijke oppervlakte van ruim 2 millioen hectaren, dit is ongeveer twee derden van de oppervlakte van Nederland; meer dan 60 van deze reservaten bevinden zich alleen reeds op Java. Onder de reservaten zijn zeer kleine, zooals het natuurmonument Baringin Sati te Fort van der Capellen op Sumatra's Westkust, bestaande uit een