is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

were still quite new to the country. There is no reason to doubt that their descendants could do the same nowadays".

Tot op zekere hoogte is deze conclusie eveneens juist, letterlijk genomen zeker. Echter de mogelijkheid nu en dan zwaren veldarbeid te verrichten is niet voldoende voor een blijvende vestiging. Wil de blanke inheemsch worden en wil er uitzicht bestaan op een groote kolonie van blanken in de toekomst, dan moet hij langen tijd achtereen en tot op vrij hoogen leeftijd zwaren veldarbeid kunnen verrichten.

Als wij nagaan waarop de conclusie berust, dan blijkt op pag. 46— 51 van Swellengrebels rapport, dat er min of meer vage mededeelingen bestaan over het zonder bezwaar verrichten van zwaar werk in de periode 1845 tot 1875. Er is echter weinig bekend over den aard van het werk, den duur er van en niets over den leeftijd der arbeiders. Wij krijgen dus geen duidelijk beeld van die arbeidsprestatie. Ook zijn er ongunstige uitspraken vermeld. Daarbij treft de uitspraak uit 1908, dat "no class of fieldlaborers of Dutch descent can exist here' . Swellengrebel verklaart deze uitspraak, waarschijnlijk terecht, door de aanwezigheid in dien tijd van Aziaten, die er in de oude periode nog niet waren, en concludeert: "He (d.i. de blanke) can work his fields, but not in competition with Asiatics". Toch zal de blanke alleen inheemsch kunnen worden, indien hij ook als gewoon landarbeider voldoende presteeren kan.

Die laatste uitspraak lijkt mij bovendien nog lang niet vast te staan. In Barbados en Trinidad hoorden wij, toen de commissie op doorreis verschillende personen bezocht, waaronder eenige zg. Red Legs, (d.z. blanken die afstammen van in vorige eeuwen geïmporteerden), dat de blanke zeker niet minder zwaar werk verzetten kan dan de neger en dat men hem meer kan overlaten. Hij zou echter na zijn vijftigste jaar het in arbeidsprestatie tegen den neger afleggen.

Het komt mij voor dat wij de conclusie van Swellengrebel aldus kunnen accepteeren: De blanke kan zwaren arbeid verrichten, maar over de blijvende economische waarde van zijn arbeidskracht is onvoldoende bekend. Evenmin is bekend of hij het in arbeidsprestatie tegen kleurlingen aflegt of niet.

De tegenwoordige Hollandsche boeren mogen "tillers o'f the soil" worden genoemd, in de beteekenis van „boeren", echter niet in de letterlijke beteekenis van „grondwerkers". Zij verrichten hoogst zelden, of alleen maar gedurende enkele jaren, zwaren handenarbeid in de tropische zon. Zij zijn melkboeren, die een langen werkdag maken, maar met een werk, dat voor het grootste gedeelte in de schaduw wordt verricht en dat maar zelden gekwalificeerd kan worden als „zwaren handenarbeid". Draineeringen maken zij niet (hoewel die toch noodig zouden zijn), zware grondbewerking verrichten zij zelden, nooit sjouwen zij dagen achtereen met zware bossen bananen of zoo. Zij melken, voederen hun vee, onderhouden hun weiden slecht, rijden melk rond in de stad, knutselen wat onder