is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn in Siberië eenige West-Oost gerichte gordels ontstaan, die elkaar opvolgen: toendra, bosch, steppe, woestijn; de woestijngordel komt bijna niet voor. De West-Oostrichting dier gordels wordt verbroken door de bergen, die een groot gedeelte van Siberië bedekken, waardoor het zuivere verloop der gordelgrenzen door uiterst grillige vormen wordt vervangen; de eene gordel kan een uitbreiding krijgen ten nadeele van den anderen, terwijl sommige gordels hier en daar ontbreken, zooals b.v. de steppe in Midden-Siberië; in Oost-Siberië komt zij slechts in geringe afmetingen voor. Doch zelfs daar, waar alle gordels aan te wijzen zijn, is de grens steeds vaag, de overgang van den eenen gordel tot den anderen vindt geleidelijk plaats, en er ontstaan veel tusschenvormen ; men spreekt daarom van toendra, toendrabosch, bosch-toendra, bosch, bosch-steppe, steppe. Bovendien komen overal talrijke eilanden voor: in het boschgebied uitgestrekte toendra's, in de steppe bosschen, enz.. Ten slotte verloopt de grens der gordels langs de rivieren anders dan op eenigen afstand er van, terwijl op de bergvlakten de grenslijnen nog grilliger zijn.

Tn dit artikel wordt West-Siberiê beschreven, dat geografisch in algemeené trekken met het bekken van de rivier Ob en haar zijrivieren samenvalt, al ligt de bovenloop van haar belangrijkste zijrivier, de Irtysj, buiten West-Siberië. Tot West-Siberië behooren bovendien de river Taz en eenige andere kleinere rivieren die naar de IJszee stroomen, alsook de bovenloop van eenige kleine zijrivieren van de Jenisej. De geografische grenzen van West-Siberië kunnen als volgt getrokken worden: in het Westen de Oeralbergen, verder ongeveer langs den Tobol en de Irtysj tot aan de Mongoolsche grens; de oostelijke grens van West-Siberië ligt in de bergen die de waterscheiding vormen tusschen de bekkens van Ob en Jenisej, dus dicht bij de Jenisej. De noordelijke grens wordt door de IJszee gevormd, de zuidelijke valt samen met de staatsgrens.

II. HET WEST-SIBERISCHE LANDSCHAP

i. Het laagland 2a)

Het grootste gedeelte van West-Siberië wordt gevormd door het reusachtige West-Siberische Laagland, welke vlakte in het Westen door de Oeralbergen en de Irtysj tot Omsk wordt begrensd; en in het Oosten door de waterscheiding van de rivier de Jenisej, ongeveer tot Krasnojarsk, dat evenwel reeds in het bergland van Jenisej ligt, dus in Midden-Siberië; daarvandaan buigt de grens zich naar het Zuidwesten, loopt langs de steden Barnaoel en Bijsk en eindigt bij de Irtysj op de hoogte van Semipalatinsk. Ze is de grootste laagvlakte op Aarde en onderscheidt zich door een opvallende horizontaliteit. Het niveau van de rivieren Tobol, Isjim, Irtysj en Ob bedraagt op het punt, waar zij den Trans-Siberischen Spoorweg snijden, slechts 64, 85, 68 en 96 m boven den zeespiegel. De hoogste punten van de Baraba-Steppe, die 1900 km van de zee verwijderd is, liggen 96—113 m

2a) De lezer raadplege verder kaart 1: West Siberië op de uitslaande plaat X.