is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derwaardig hout, maar daarnaast is er nog veel goed hout: den en lariks overheerschen in de hooge gedeelten bij de rivieren, verder zijn er Siberische ceder, zilverspar, spar, berk en esp, de beide laatsten vooral in de moerassige gedeelten; de aankap vindt dus voortgang. De boomstammen worden slechts voor een gedeelte in het land zelf gezaagd; daar nl. 's zomers een groot gedeelte van de tajga een ontoegankelijk moeras is en bovendien de horzels en andere insecten dan een ware plaag vormen, worden de boomen 's winters geveld, op de oevers der rivieren opgestapeld, tot vlotten gebonden en langs de rivieren, voornamelijk van het Ob-Irtysj-systeem, gevlot. De laatste jaren wordt een gedeelte er van naar den mond van de Ob gevlot en daar op schepen geladen, die het naar het buitenland vervoeren.

4. Jacht en visscherij

De jacht op pelsdieren, vroeger de belangrijkste tak van de volkshuishouding, neemt in West-Siberië snel af; er wordt nl. niets gedaan om de waardevolle dieren te beschermen, waarvan hun uitroeiing het gevolg is. De inheemsche bevolking (Wogoelen, Ostjaken en Samojeden) houdt zich in de noordelijke streken nog steeds met jacht bezig, al levert deze niet zooveel meer op; daarnaast beoefent zij ook de visscherij, evenals de Russen uit de Russische dorpen die in het hooge Noorden aan de oevers van de rivieren zijn ontstaan. De economische beteekenis van de visscherij op de rivieren en in de noordelijke zeeën alsook de jacht op zeedieren is evenwel, ten gevolge van de afgelegenheid van dat gebied en van de slechte transportmogelijkheden, veel geringer dan zij zou kunnen zijn; eerst in den laatsten tijd begint men vischconserven te maken, maar voorloopig nog in zeer bescheiden hoeveelheden.

5. Delfstoffen

De West-Siberische Laagvlakte is arm aan delfstoffen; alleen in sommige tertiaire formaties komen delfstoffen van eenige beteekenis voor. Hiertoe behoort vóór alles bruinkool. Bruinkool van het type van slecht ligniet komt niet ver van Tomsk voor, waar ze eenige kleine lagen vormt. Van veel meer beteekenis is de bruinkool in een der zuidelijke uitloopers van de laagvlakte tusschen de rivieren Serezj en Kija (in het land van Tomsk), waar zelfs een bruinkoolbekken van plm. 6000 km2 moet zijn aangetroffen, waarvan de ontginning in de jaren 1920—1924 werd ter hand genomen; de bruinkoollagen zijn daar plm. 3 km lang, 2 km breed en 1 tot 14 m diep; de hier gewonnen bruinkool valt evenwel uiteen en ontbrandt gemakkelijk als ze in de open lucht wordt bewaard. Hoe groot de voorraden zijn, valt nog niet met zekerheid te zeggen.

Verder kunnen wij porseleinaarde en vuurvaste leemsoorten noemen. De beste leemsoorten worden in het district van Bijsk gevonden, bijv. bij het dorp Azjinskaja; het Azjinskaja leem smelt bij een temperatuur van 1690°. In het land van Tomsk komen verder nog niet onderzochte lagen kzuartszand voor.