is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE RIVIERVORMEN IN SEDIMENTATIEGEBIEDEN

door

Dr. h. boissevain

(met 5 foto's en 15 figuren, waarvan fig. 6 en fig. 14 op plaat XI achter in deze aflevering)

i. inleiding

Het is niet te verwonderen dat de geomorfologen hun sporen hoofdzakelijk hebben verdiend met de studie van het gebergte en het heuvelland. Hier vonden zij een landschap, dat sprak tot de fantasie, dat noodde tot reizen en doorvorschen, hier zag men sprekende reliëfvormen die wachtten op een verklaring. Het laagland daarentegen is, hoewel het een grootere bevolking herbergt en voedt, in de morfologie stiefmoederlijk bedeeld. In dit onaantrekkelijke land drongen de vraagstukken zich niet zoozeer op en met enkele slagzinnen werden zij afgedaan. Daarbij komt dat het laagland in onze klimaatzone zoozeer tot cultuurland is herschapen, dat de natuurlijke vormen moeilijk te herkennen zijn. En de ongerepte gebieden, b.v. de tropische kustmoerassen, zijn dusdanig moeilijk te bereizen dat ook hier onze kennis ten achter is gebleven. Maar sinds door luchtkaarteering ook dergelijke streken voor bestudeering beschikbaar zijn gekomen, is het tevens mogelijk de laagland-morfologie beter aan te vatten.

Het doel van dit artikel is niet zoozeer van descriptieven aard. Beschrijving van sedimentatiegebieden geschiedt het beste in monografieën van bepaalde landstreken, zooals Russell c.s. (1936) voor de Mississippi en Sykes (1937) voor de Colorado-delta gaven. Veeleer is het de bedoeling een basis te leggen voor de morfo-tectoniek van de rivieren, dus na te gaan op welke wijze het stroomende water reageert op het reliëf, gelijk zich dat gevormd heeft en nog vervormt onder invloed van den bewegenden bodem. Daartoe dient echter eerst het gedrag van het stroomende water onder de meest eenvoudige en normale tectonische omstandigheden te worden nagegaan, hetgeen den hoofdinhoud van de volgende bladzijden uitmaakt.

Rivieren zijn natuurlijke geulen in het landoppervlak, waardoor voortdurend of van tijd tot tijd water stroomt. Indien er zich eenmaal een bedding heeft gevormd, tracht de rivier deze door haar eigen

1) Gepubliceerd met toestemming van de Bataafsche Petroleum Maatschappij. De publicatie van de fig. 8, 10, U, 12 en van foto 5 werd door het Luftgaukommando Holland toegestaan bij beschikking van 3 Juli 1941.

Prof. Ir. J. Th. Thijsse was zoo vriendelijk het hydrodynamische gedeelte van dit artikel aan een critische beschouwing te onderwerpen, waarvan de schrijver veel profijt heeft getrokken en waarvoor hij hem zeer erkentelijk is.