is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nieuwe spoorlijn in China. -—- Na de overneming van de NoordChineesche spoorlijnen door de Japansche North China Railway Company is de tweede dwarsverbinding tusschen de Peiping-Hankou lijn en den Tientsin-Nanking spoorweg eind 1940 tot stand gekomen. De nieuwe lijn wordt Teh Shih lijn genoemd, naar de eerste lettergrepen van de namen der beide eindpunten die zij verbindt. Dit zijn Shih Chia Chuang in het Westen en Teh Chou aan het Keizerskanaal in het Oosten. De spoorweg is 180 km lang en vormt met het gedeelte van de Tientsin-Nanking lijn van Teh Chou naar Tsi-nan en met de Shantoeng lijn een nieuwen weg van Oost naar West, die bij Tsing-tau begint en bij het westelijke uiteinde Shih Chia Chuang aansluiting vindt in de enkelspoorlijn in de provincie Sjan-si.

(Geogr- Zeitschrift, 1941, Heft 4)

Delfstoffen in China. — Gegevens betreffende den rijkdom aan bodemschatten in China zijn slechts onder voorbehoud te aanvaarden, daar dit land eerst voor ongeveer één vierde gedeelte geologisch is onderzocht. Het is zeer goed mogelijk dat de huidige schattingen van de voorraden aan delfstoffen nog vermeerdering zullen ondergaan bij toepassing van de elders in de laatste jaren reeds met succes toegepaste methode van het opsporen van delfstoffen met gebruikmaking van de luchtfotografie. Bij het zoeken naar ertsen in Canada, Australië, Zuid-Amerika en Oost-Afrika, en bij het opsporen van aardolie in den bodem van Texas en Californië heeft deze methode reeds tot verrassende resultaten geleid. Ongetwijfeld zal de toepassing van deze werkwijze het geologisch onderzoek in China aanmerkelijk kunnen bespoedigen.

Steenkool. Volgens de schattingen van de „Chinese Government Geological Survey" van 1935 bedragen de steenkoolvoorraden in China ruim 250 milhard ton. De kolenlagen bevinden zich voornamelijk in de provincies Sjan-si, Sjen-si, Hoe-nan, Sze-tsjwan, Yun-nan en Foe-kien. De rijkdom aan steenkool in de laatstgenoemde provincie zou zoo groot zijn dat zelfs de armste Chineezen er hun vuren dag en nacht kunnen laten branden, omdat het telkens terugkeerende aanmaken er van met hout te kostbaar is. De Chineesche steenkolen worden veelal dicht onder de aardoppervlakte gevonden en zij kunnen dus met eenvoudige hulpmiddelen worden ontgonnen. Handenarbeid speelt hierbij een groote rol, welke bij de heerschende lage loonen dikwijls goedkooper is dan het gebruik van machines. Het Chineesche product leent zich bovendien over het algemeen uitstekend voor de bewerking tot cokes, hetgeen de belangstelling welke Japan voor de kolengebieden in China vertoont slechts kan verhoogen. Voor het gebruik in stoomketels en in locomotieven zijn in het bijzonder de weinig verontreiniging veroorzakende kolen van Sjan-si geschikt. Tengevolge van de gebrekkige verkeerswegen hebben deze steenkolen echter in den handel geen groote beteekenis. Dit euvel, dat in geheel China optreedt, bemoeilijkt uit den aard der zaak de ontwikkeling van de delfstoffenexploitatie.