is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar volkomen lag. Men leze eens haar opstel over „Oude e-n nieuwe theorieën over gebergtevorming" (22). Hoe goed is dat van compositie en met hoeveel ingehouden vreugde schildert zij het groote aandeel dat de morfologie tot het inzicht in het ontstaan en vergaan der gebergten heeft bijgedragen! Of haar artikel over het schijnbaar zuiver technische onderwerp: het benutten van de kracht van het stroomende water (18), maar dat door de wijze van behandeling voor den geograaf interessant is geworden. Voor een internationaal publiek beschreef ?ij op meesterlijke wijze de wording van het Hollandsche landschap, eenerzijds als gevolg van de ijstijden (25), anderzijds als het werk van menschenhanden in den veroveringsstrijd tegen het water (3, 23, 27, 28).

Het publicistisch werk van Jacoba Hol verwierf algemeene bekendheid, maar alleen zij die dagelijks en van nabij haar arbeid in en buiten het Utrechtsche Geografisch Instituut meemaken, kunnen beoordeelen met welk een toewijding en volledige overgave zij daar haar taak, en veel meer dan dat, vervult. De eerste schreden van den pas aangekomen student in de geografie zijn meestal naar haar kamer gericht, om zich op het nieuwe terrein te oriënteeren en menige oudere jaars zoekt, onder de dreiging van het steeds dichter naderend tentamen of examen, zijn toevlucht bij haar om zich snel over nog niet goed begrepen onderdeden van de stof te laten inlichten, alvorens zich onder het mes der critiek van den examinator te wagen. Van vele excursies was zij zoowel de geestelijke leidsvrouwe, niet rustend voordat elke deelnemer tot in het wezen van het hem omringende landschap was doorgedrongen, als ook de zorgende moeder die de reis vlot deed verloopen en er voor waakte dat niemand iets te kort kwam. In 1939 bij het herdenken van haar 25-jarig leeraresseschap aan de R.K. Leergangen te Tilburg heeft Prof. van Vuuren haar verdiensten geschetst 2) en op 1 Mei 1940, den dag dat zij een kwart eeuw het Utrechtsch Geografisch Instituut had gediend en zij den persoonlijken titel van lector verkreeg, legde Prof. Oestreich in zijn toespraak een warm gesteld getuigenis af, van wat zij voor dat instituut beteekent.

Welk een waardeering en hoogachting men Jacoba Hol in geheel Nederland toedraagt, willen wij niet verder schetsen. Want daarvan spreekt iedere bladzijde van dit gedenkboek dat thans voor U ligt en dat slechts in zulk een korten tijd tot stand kon komen door den spontanen steun, zoowel wetenschappelijk als stoffelijk, van allen wien het een voorrecht is zich te mogen rekenen tot haar vrienden en bewonderaars.

2) Tijdschr. Onderwijs Aardrijkskunde, 17e jg. 1939, pag. 193.

N. A. G., LVIII.

52