is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stroomende regenwater en de infiltratie verschuivingen van zandplaten op de piedmontvlakte ten gevolge zal hebben, waarbij de kegel ondermijnd wordt. De nastortende deeltjes zouden zich dan, wanneer de nieuwe evenwichtsstand van de piedmontvlakte bereikt is, aan den voet van den kegel ophoopen en den knik in een concaviteit veranderen. De plaats der concaviteit in, of een weinig onder, het niveau van den waterspiegel waarvan men is uitgegaan, doet iets dergelijks vermoeden. Dat de concaviteit bij de versnelde opheffing (versnelling per 2 uur ^ mm) wat hoog ligt (Wurm's fig. 7 op pag. 62) zou er op kunnen wijzen, dat de infiltratie de opheffing na eenigen tijd niet meer kan bijhouden en de verdere aanpassing van de piedmontvlakte aan den niéuwen toestand daardoor wordt geremd.

Voor degenen die met deze materie wat beter bekend zijn, is het duidelijk dat met deze experimenten tevens beproefd is het ontstaan van primaire schiervlakten 7) na te bootsen. Terecht trekt \}/urm (pag. 81) de conclusie, dat in proef 3, waarbij de piedmontvlakte zich voortdurend aan de nieuwe erosiebasis aanpast, een, weliswaar niet zeer breede, primaire schiervlakte ontstaat. Hier is de afspoelingsdenudatie gelijk aan het bedrag der opheffing. Wurm's opmerking dat dit laatste over grootere oppervlakken niet mogelijk zou zijn, lijkt ons op grond der experim.enten niet te verdedigen. Maakte men de daling der erosiebasis honderd maal langzamer (gesteld dat dit uitvoerbaar zou zijn), dan zou vermoedelijk de geheele kegel tot een primaire schiervlakte vereffend zijn, een toestand die bestendigd zou worden, zoolang de factoren dezelfde bleven.

Veel waardeering hebben wij voor de talrijke critische opmerkingen, die Wurm (pag. 79—81) over dit vraagstuk plaatst. Doch niettemin is onze opinie, dat het experiment hier noch een mogelijkheid, noch een waarschijnlijkheid betreffende het ontstaan van primaire schiervlakten in de natuur demonstreert, daar een eventueel infiltratie- en „drijfzand"-effect op zulk een relatief groote schaal nu eenmaal bij de kristallijne gebergten, waarin piedmonttrappen veelal voorkomen, geheel ontbreekt. Daarom komt het ons voor dat verdere opmerkingen hierover achterwege kunnen blijven.

Piedmonttrappen

Met vele andere auteurs is Wurm van meening, dat intermitteerende opheffing de voorwaarde is voor het ontstaan van schiervlaktentrappen van het bovengenoemde type.

Experiment 6 demonstreert hoe uit een kegel (doch zonder verbuiging) bij afwisseling van opheffing en besproeiing een piedmonttrap ontstaat. Na hetgeen reeds is gezegd, levert dit experiment niet veel stof tot nieuwe beschouwingen. Dat ook in de natuur een boven de erosiebasis opgeheven vlakte door denudatie nog wat verlaagd kan worden, zal wel niemand willen bestrijden. In het experiment werkt aan deze verlaging (zie onze fig. 5) vermoedelijk echter weer de

7) Zie voor dit begrip: Bakker, J. P., loc. cit. 2, pag. 17—19.