is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Esperanza te dalen. Evenzoo rijst ze Z van de mogo te-ketens van ZW naar NO eerst omhoog tot ruim 700' — in dit gebied komen enkele kleine (?) hardkoppen voor — om daarna langzaam te dalen tot 450'. Alles bij elkaar zijn zoowel de breedte als de geringe hoogteverschillen in deze schiervlakte verbluffend. Raisz schijnt, te oordeelen naar zijn blokdiagram (l.c. 2), ook aan het bestaan van deze twee rompvlakken gedacht te hebben.

Zeer duidelijke rompvlakken zijn in oostelijk N-Cuba aanwezig.

Fig. 6. Kaart van een deel van Pinar del Rio, W-Cuba (naar de stafkaart van Cuba 5 del. L. Rutten). Hoogte in voeten

Zuidelijk van de Nipe-baai rijst een plateau-vormig bergland omhoog, dat betrekkelijk goed bereikbaar is, omdat de serpentijn, waaruit het opgebouwd is, in zijn bovenste deelen tot een lateritisch ijzererts is verweerd, dat in gunstige jaren ontgonnen wordt („Mayariconcessie"), en omdat het bedekt is met hoog opgaand dennenbosch, dat op vrij groote schaal wordt gekapt. Men kan langs de primitieve boschwegen op dit plateau ongeveer 20 km in O-W richting en ongeveer 10 km in N-Z richting met auto's rijden zonder op eenigszins belangrijke hellingen te stuiten. Dit plateau, dat van zijn noordrand