is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het bovenstaande toont genoegzaam hoe groot de morfologische beteekenis der watervallen is. Helaas moet er onmiddellijk aan toegevoegd worden dat onze tegenwoordige kennis der watervallen aan deze beteekenis omgekeerd evenredig is.

Geen enkele onderzoeker heeft zich tot nog toe met de watervallen der wereld in het algemeen bezig gehouden. Drie auteurs hebben er een poging toe gedaan, doch zijn niet verder gekomen dan een beschrijving van enkele der grootste en bekendste watervallen alsmede een vermelding van eenige kleinere en minder bekende 4). Zoo worden de Europeesche watervallen door Noyes (l.c. 4, pag. 29) afgedaan met den zin: „Some of the european waterfalls, noted in poetry and fiction, lack everything save beauty of form and artistic environment". Voor het overige is de literatuur betreffende watervallen hoogst onevenwichtig. Over de Niagara is bijkans een geheele bibliotheek geschreven. Van eenige andere groote en algemeen bekende watervallen bestaan min of meer uitvoerige beschrijvingen. Van nog geen 200 watervallen zijn slechts nadere gegevens bekend betreffende het morfografische type, valhoogte, enz.; van alle overigen, wellicht honderden of duizenden zijn alleen de namen bekend of zelfs dat niet. De geografische verspreiding der watervallen is volkomen onbekend, morfografisch heerscht nog een algemeene begripsverwarring, morfogenetisch weten wij nog minder. Het aantal watervallen waarvan wij de ontstaanswijze nauwkeurig kennen is uiterst gering. Alles bijeengenomen inderdaad een poovere wetenschap. Pollog's verzuchting, dat de waterval het stiefkind der morfologie is, lijkt dus wel gerechtvaardigd. Een vermeerdering vooral onzer morfogenetische kennis, waartoe de geologie veel zou kunnen bijdragen, is dan ook alleszins wenschelijk te achten. Indien dit opstel daartoe een aansporing mag zijn, dan beantwoordt het aan zijn doel. Een groote verrijking onzer kennis betreffende de morfologische ontwikkeling van het fluviatiele erosiedal zou er het gevolg van zijn, waaraan Dr. Jacoba Hol, aan wie deze regels zijn opgedragen, o.a. door haar meanderstudies zoo'n belangrijk aandeel heeft gehad.

4) Gibson, J., Great waterfalls, cataracts and geysers described and illustrated. T. Nelson & Sons, London, 1887.

Noyes, T. W., The world's great waterfalls. Visits to mighty Niagara, wonderful Victoria and picturesque Iguazu. Nat. Geogr. Mag. 50, pag. 29, 1926. Kensit, H. E. M., The world's great cataracts. Can. Geogr. Journ. 9, pag. 147, 1934-