is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 1, 1867, 01-01-1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid deelt; althans indien het den eerste met zijn Christendom ernst is. Immers vriendschap eu sympathie raken het hart; en deze te gevoelen voor een ander hart, 't welk zich naar ons inzien verre houdt van God, dat verraadt eenvoudig eene groote mate van lauwheid en gebrek aan waardeering van de heiligheid des geloof-*. Het is te gelijk eene verzaking van den heiligen plicht der liefde. Want waarlijk, het geeft al zeer weinig belangstelling in het geestelijke heil van anderen te kennen , als wij er koel bij blijven, dat deze tot ongeloof en tot verlies van hun hoogste levensgeluk worden verleid. Met één woord, alles wat wij als Christenen heilig verplicht zijn te doen in 't belang van ons eigen geloof en van de geloovige gemeente, van het koninkrijk Gods op aarde, zoowel tegenover hen, die zich tegen dat geloof verzetten, als tegenover datgeen, wat zich in ons eigen binnenste daartegen verheft, d.i. de zonde : dat alles moet hij die zijn geloof eu dat der gemeente voor een deel in allerlei kennis van Jezus en van geschiedenis en metaphysica of wat niet al zoekt, evenzeer doen zoowel tegenover hen, die van deze zijne wetenschappelijke meeningen afwijken, als tegenover datgene, wat in hem zich daartegen verheft, d. i. tegenover wetenschappelijken twijfel. Zoo ontstaat uit den haat tegen de zonde, welke bij alle liefde jegens den zondaar, plicht blijft, een karikatuur: haat tegen eenige resultaten der wetenschap met schouderophalend medelijden jegens de geleerden, die deze verdedigen. Het is eigenlijk onverklaarbaar, hoe velen hier te lande nog zoo toegefelijk en verdraagzaam kunnen