is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 1, 1867, 01-01-1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontzegde aau de Friesche gemeenten liet christelijk karakter en verkondigde het eerst de leer, die den bittersten haat en de jammerlijkste verwijdering ontstaan deed, dat de doop in haar midden bediend kracht noch beteekenis had, waarom elk, die nadat hij zijn banbriel had uitgevaardigd onder de Friezen gedoopt was en later tot de Vlamingen wilde overgaan, op nieuw gedoopt

moest worden.

Eene poging der Overijselsehe (7) gemeenten, om den vrede te herstellen (1569) ging te partijdig uit van de meening, dat Dibk Fit.ips in alles gelijk had, dan dat ze iets zou gebaat hebben. Toch rustte Jan Wit/i.ems met, vooral niet nadat de heftigste partij haren voorganger Dirk Fii.ips in 1570 door den dood had verloren. Immers hij, die aan zijn strengen eisch den Vlamingen gesteld 't mislukken der verbroedering ten deele moest toeschrijven, hij achtte zich meer dan anderen tot het bewerken van den vrede geroepen, en stond eerlang aan 't hoofd der gematigden ., die '/meest aan de Vriessche //zijde groote ende hertelycke bekommeringe, droeffenisse, //suchten ende klagen openbaerden, van wegen de swaere //ende verbaesde scheuringen ende de vruchten van dien." Een soort van vergelijk werd in 1574 door den zoogenoemden Humstervrede getroffen , dat Jan Wiixems eerst in 1576 en later nog eensin 1578, bij gelegenheid van twee tot geheele verzoening belegde vergaderingen, in

(7) Daar Overijsel iu die dagen 't Oversticht heette dragen deze den naam van Stichtsehe en hare voorstellen dien van het Stichtsehe aanwijs