is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 1, 1867, 01-01-1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Of ook van Markus X vs. 49—52".

De Heer bleef stille staen En seyde: Nu welaen,

Roept hein om hier te komen!

't Volck riep: op, blinde! nu,

Hebt goê moedt, wilt niet schromen,

Staat op: de Heer roept u.

De blinde Was gereedt En wierp van hem syn kleedt,

Stondt op, quam besich loopen;

En Jezus sprack tot hem:

Wat wilt ghy? op wat hope Verheft ghy dus uw stem ?

De blinde seyd' weldra:

Dat ick door uw genae 't Gesicht bekoom, Rabboni!

Gaat heen! (d'Heer antwoordt gheeft)

't Gheloof siet m' in u trony,

Dat u gheholpen heeft.

Doch naast dit kenmerk van slaafsche getrouwheid aan de letter, die zelfs een Hendrik Ghysen tot jaloerschheid had kunnen verwekken, staat een ander, niet minder gewoon in de stichtelijke liederen der Doopsgezinden van dien tijd: afkeer van alle dogmatisme en strenge, soms eenzijdige, aanmaning tot bekeering en goede werken, op 't gevaar af van de verdienstelijkheid dier werken al te hoog aan te slaan. Uit velen voer ik een paar voorbeelden aan, en wel liefst deze, omdat ze tot een gunstU