is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 1, 1867, 01-01-1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welkome voorwendsel, waarmee Twisck zijn handelingeu zocht te verdedigen: soms met verregaande onbeschaamdheid, alsof hij zelf niet tot het verwekken der onrust 't meest had bijgedragen en zelf niet met het toepassen der kerkelijke tucht in gebreke was gebleven, 't geen nooit een verwijt kou zijn tegen Sleutel wegens de bepaalde voorwaarde, waarop deze het leeraarsainbt had aanvaard. Er was evenwel nog iets, dat Twisck in zijn hardnekkigen tegenstand stijfde. Ouder gewoonte werden door de vier diakeuen, die voor hun leven benoemd waren, de fondsen der gemeente indiervoege beheerd, dat elk hunner daarvan een vierde onder zijn berusting had. Bij overlijden van een diakeu waren zijue erven verplicht deze gelden uit te keeren aan zijn opvolger. Zoo had nog onlangs Voi.kekt Akeusi.oot, inplaats van zijn vader Arend tot diaken benoemd (5 Dec. 1688) de gemeentefondsen, die aan dezen waren toevertrouwd geweest, overgenomen. Maar ook Ci.aas Pieters Reyers was gestorven (6 Nov. 1688) en toen nu zijne weduwe Lum^etje Pieters aangemaand werd tot afgifte van ruim ƒ 32.000 aan ziju opvolger \ sbuand Muys, zocht zij, die geheel ouder invloed van Twisck stond, allerlei voorwendsels van uitstel, even als Twisck zelf de uitkeering van eenige legaten, tot een bedrag van f 1700 door hem voor de gemeente ontvangen, weigerde. Met het oog op deze gelden, die hij vertrouwde dat geheel in zijn macht waren, sloeg Twisck eerlang een hooger toon aan.

't Is wel onnoodig en 't zou al te vervelend ziju