is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 1, 1867, 01-01-1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en hare auteurs iu hun verder leven gevolgd, zoodal wij ons een oordeel omtrent den staat en de richting van het onderwijs kunnen vormen; zelfs brengt hij ons in kennis met enkelen der studenten, welke de verschillende Hoogescholen destijds — in den tijd van Stinstra namelijk,— onder hare beste kweekehngen telden, en wier namen later een zekere vermaardheid verwierven. Den Schrijver volgende langs die veelzins dorre paden, waarop een groote mate van geduld en volharding onmisbaar is, en wegens het onnoemelijk getal van namen en titels, veel van ons geheugen gevergd wordt — vindt men de wandeling echter rijkelijk beloond. Want de teekening der Academiën ieder in hare eigenaardigheid, geeft ons een juist denkbeeld van den toestand van het hooger onderwijs niet alleen, maar doet ons ook zien, op welke hoogte zich de theologische wetenschap bevond, hoe zij beoefend, en bevorderd, soms ook in haren gang werd belemmerd. nt Is een uitvoerige, zelfs wijdloopige, velen zouden zeggen, te wijdloopige schets, maar van het grootste gewicht, en van onschatbare waarde voor hem , die in de geschiedenis van zijne kerk belang stelt. Het kon wel niet anders, of veel moest ter sprake komen, wat reeds vroeger door anderen als Ypey en Dermout, Bouman, Muntinghe enz. behandeld en beschreven was, doch aan den anderen kant lezen wij van veel, wat Sepp's voorgangers slechts onvolledig, of in het geheel niet medegedeeld, wat zij vergeten of verzuimd hadden voor het nageslacht te bewaren. Eu wij prijzen het, dat Sepp, aan zijn voornemen getrouw, herhaling van hetgeen