is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 1, 1867, 01-01-1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een Doopsgezinde gemeente. Ik stem het Ds. Sepp toe r dat Doopsgezinde ouders dit van overwegend belang moesten achten, maar uitgenomen in Harderwijk bestond zulk eene gemeente evenzeer in de overige Academiesteden, Groningen, Utrecht en Leiden, en niets geeft ons recht te vermoeden, dat hare leeraren minder vertrouwen dan die te IVaneker verdienden; de laatsten zijn ons slechts bij name bekend, van de eersten wordt ons nog het een en ander medegedeeld. Dit bezwaar tegen de genoemde Academien bestond dus slechts in de verbeelding van den Schrijver. Gelijk de geheele iukleeding, waardoor alles in een zeer los verband, maar dan toch in verband met den hoofdpersoon wordt beschreven, sproot zij voort uit de op zich zelf lofwaardige poging, om het boek zooveel mogelijk tot een goed geheel te maken. Gedeeltelijk is die poging mislukt; althans wat de uitweidingen over de verschillende Hoogescholen en hare hoogleeraren betreft; zoowel de eerste, als de tweede, deze naar aanleiding van de adviesen door de theologische faculteiten over de preêken van Stinstka gegeven, staan in geen zeer nauweu samenhang met de levensbeschrijving van dezen; zij staan er naast, vormen er geen goed sluitend geheel mede, hoe kunstig Sepp de eerste ook dooiden bovengenoemden titel er aan heeft weten te passen. Het verband berust meerendeels op trouwens weinig gewaagde onderstellingen van hetgeen Stinstba gedaan zou hebben, indien hij elders gewoond, dezen gekend, met genen verkeerd had enz. enz. En zulk een verband is zeker niet al te innig.