is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 1, 1867, 01-01-1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoop, dat hij in de lijst van zijn tijd, en juist om die lijst, meer de aandacht van het niet-Doopsgezind publiek zou trekken? 't Is mogelijk, en ware het zóó, dan zeker zou de wensch van den Schrijver in zekere mate vervuld zijn, de wensch dien hij in het «Voorberigt'" uitdrukt: dat ieder na de lezing van het werk, zal mogen getuigen, dat blijkbaar deze bladzijden uit de pen van een Doopsgezinde gevloeid zijn, een lof, waaraan hij groote waarde hecht. Geen ander toch, dan een Doopsgezinde, zou den moed hebben, wanneer hij eene geschiedenis van het kerkelijk leven der vorige eeuw ging schrijven, daarbij Stinstra tot hoofdpersoon te nemen, bem tot het middelpunt daarvan te maken. Dien lof, waaraan Sepp zoo groote waarde hecht en ik met hem, mogen wij hem, na lezing van zijn boek ook op nog andere gronden gereedelijk toekennen ? "Uit de pen van een Doopsgezinde gevloeid," in zekeren zin kan men dit aan het geheele boek merken, zelfs aan het onderwerp door hem gekozen, daar weinigen in ons land uit de andere Kerkgenootschappen lust zouden gevoelen, een boek over een Doopsgezind predikant te schrijven, en daartoe o. a. de notulen van een Doopsgezinden Kerkeraad — die van Harlingen, een der voornaamste bronnen van den Schrijver — te doorworstelen; men kan het zien aan de belangstelling door hem betoond in bijna geheel onbekende predikanten, aan zijn leedwezen ons niet meer bijzonders over « ie van Franeker te kunnen zeggen (Deel I bl. 61); en aan andere kleine trekken; gelukkig niet aan eene partijdige voorliefde voor Doopsgezinde perso ■