is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 1, 1867, 01-01-1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

* behooren. Evenzeer werd een verzoek om als voortgezette gemeente te worden erkend, van de hand gewezen. De tijding dat Karsdobp zwaar ziek was, gaf aanleiding dat eene commissie uit den Rotterdamschen kerkeraad, bestaande uit den leeraar en den diaken At.tmann, naar Dordt weid afgevaardigd om alsnog pogingen tot schikking te beproeven. Zij werden niet toegelaten, maar zagen althans het kerkgebouw, waarvan een vlugligo schets werd gemaakt, als in het voorgevoel dat weldra die oude vergaderplaats zou hebben opgehouden te bestaan. Na Karsdorp,s dood beproefden twee andere broeders, ï\ Dekker en Mr. C. Cardinaal, nogmaals , — te vergeefs, — de zaken te regelen. Het verzoek tot benoeming van een bewindvoerder over de alsnu onbeheerde goederen, werd afgeslagen, en de erfgenamen van Karsdorp verkochten kerk en toebehooren, terwijl ook de gelden van het grootboek werden afgenomen. Zoo staan nu de zaken. Nadere bijzonderheden misschien in een volgend nummer. Zal daarin ter keunisse van onze gemeenten gebragt moeten worden dat de bezittingen en fondsen der oude Doopsgezinde gemeente te Dordrecht reddeloos verloren zijn? Wij vreezen het.

Ons zijn thans te Dordrecht bekend: 10 leden, 4 broeders en 6 zusters, benevens eenige kinderen die onderwijs ontvangen van den godsdienst-onderwijzer den Heer P. Eens Lzn.

Rotterdam, 25 Junij 1867. J. CRAANDIJK.