is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Groote Mieren Bataks" verhalen de rondte deden — hoorden spreken? Dan is hierin wellicht de oorsprong te vinden van deze door bijna alle schrijvers naar voren gebrachte kenmerkende eigenschappen: zwart en anthropophaag. En daarmede zou dan ook samen kunnen hangen de andere hun toegeschreven eigenschappen, nl. hun gelijkenis met honden wat hun gelaat betreft. Immers deelt Gerini ons mede dat in Indo-China en op het Maleische schiereiland de Negrito's en hun afstammelingen, in het algemeen de donkergekleurden, wegens hun lagen trap van cultureele ontwikkeling „honden werden ge noemd. Ook op Sumatra zal dit het geval zijn geweest en zullen de zwarte Simbirings van de omwonende lichtergekleurden den scheldnaam „honden" wegens hun donkerder huidskleur hebben ontvangen of althans met dien scheldnaam zijn aangeduid in de naburige havenplaatsen, waar de vreemde zeevaarders hem hebben opgevangen en waardoor zij bij hen als cynocephalen bekend zijn geraakt5").

De aandacht moet nog gevestigd worden op een godsdienstig gegeven: de aanbidding van het rund, zooals Odorico vertelt van de bevolking van het eiland Vacumeran: „lis (les hommes et les femmes de Vacumeran) aourent un beuf pour leur dieu et pour ce chascun d'eulx porte sur son chief devant son fronc un beuf d or ou d argent en signe que ce beuf est leur dieu".

Op een plaat op pag. 202, Hoofdstuk XVII: De 1'isle de Vacumeran alias Nychoneran, van Henri Cordier's Voyages en Asie au XIVe siècle du bienheureux Frère Odoric de Pordenone, treft men een teekening aan, overgenomen uit de Kitab 'Adjaib (zie foto 1), waarop men deze „hommes-chiens" afgebeeld ziet met dit rund-kleinood als hoofdtooi. Men ontwaart op de teekening bergen, het is dus een berglandschap dat deze menschen met hondengezichten bewonen.

Dezelfde verwijzing naar een volk dat het rund aanbad is te vinden op de mappemonde van Martin Behain54), die bij een groep eilanden tusschen Ceilon en Pentam (dat kan dus Midden-Sumatra = het Batakland zijn) de aanteekening stelt: „Das Volk dieses Konigr. und Vad. Land betet einen Ochsen an".

Over de aanbidding van het rund gewaagt ook 1-ernando Mendez

«) De legende van een cynocephale bevolking is zeer oud In The Book of Ser Marco Polo wordt verwezen naar een opmerking van B Lauter dat „ail the fables about the country of the dog-heads are all derived from the common source of the Greek romance of Alexander-an oriental-hellenic cycle . Het moet nu wel treffen dat Kazwïnï, sprekende van de cynocephale bevolking van Lakawaran (Nakkavoram), vertelt dat Alexander de Groote er geweest is, terwijl ook Ibn al-Wardï dit mededeelt (Ferrand, Relations: „Alexander y fiscale )■ In zijn boven (noot 49) reeds aangehaalde publicatie maakt Prof. Dr. Al hert Herrmann de opmerking dat deze „Kynekophaloi oder Hundekopfe-Hundegesichter" te beschouwen zijn als „das Restvolk einer schwarzen Urrasse das ernst über weite Teile Asiens verbreitet gewesen ist", waaraan de middeleeuwsche geografen herinnerd werden toen reizigers gewaagden dat op eilanden in den Indischen Oceaan volken leefden die een hondekop hadden.

54) Zie bij Henri Cordier in zijn: Les Voyages en Asie.