is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorzien, naar bevind van zaken. Maar ook als ambtelijke formatie zijn zij geen succes geweest. Ondanks hun vaste bezoldiging en ondanks den afkoop van hun „tolrechten" (een vroeger door hen aan de bevolking opgelegde heffing op invoer en uitvoer), bleven zij hun oude werkwijze getrouw van knevelarij der Papoea's in de binnenlanden, tegen wie zij nu nog driester optraden daar zij konden voorgeven namens het Gouvernement te komen. Verder moesten herhaaldelijk ondergrondsche acties van Radjafamilies tegen bestuursmaatregelen worden tegengegaan, terwijl verschillende malen bleek dat de Radja's de bevolking tot lijdelijk en zelfs openlijk verzet aanspoorden.

Een en ander heeft dan ook tot gevolg gehad, dat eindelijk besloten is de Radjaschappen geheel te laten verdwijnen door het niet meer vervullen van de ontstane vacatures, terwijl eenige oude Radja's met pensioen naar huis zijn gezonden. Eenige uitgekozen Radjazoons van wie iets voor de toekomst mag worden verwacht, worden opgeleid om over eenigen tijd als districtshoofd in Nieuw-Guinea te kunnen worden benoemd. De oude Landschappen zullen dan alleen nog historische waarde hebben.

Dan is het tevens uit met de wanverhouding dat 40 % der geïnde belastinggelden verdwijnt aan Radjatractementen. Van 1912 tot 1918 bedroegen de Radjatractementen zelfs méér dan het totaal der geïnde belastingen.

Ter aanvulling van hetgeen reeds in de hierboven aangehaalde publicatie is medegedeeld, zij ten aanzien van de grootste Radjaschappen nog het volgende vermeld (zie nevenstaande schetskaart).

Langs de noord- en westkust van het schiereiland Onin schijnt het Landschap Roembati het belangrijkste te zijn geweest. Op verschillende plaatsen langs de Bentoeni-golf had het zijn vertegenwoordigers, die zich echter bij het afnemen van Roembati's macht als zelfstandige Radja's gingen gedragen — Patipi, Wertoear, Sekar, Argoeni en Bentoeni; deze laatste had den titel van Majoor, de anderen van Radja —, alhoewel zij de opperhoogheid van Roembati bleven erkennen. Van een daadwerkelijke ondergeschiktheid was echter de laatste jaren al geen sprake meer.

Ook op het ten Noorden van de Bentoeni-golf gelegen gebied trachtten de Onin-Radja's invloed uit te oefenen ten behoeve van te stichten handelsmonopolies, vooral in slaven. Zoo plaatste de Radja van Roembati vertegenwoordigers in het Kais-gebied (te Jahadian en Kampongbaroe), en de Radja van Patipi één in het Bira-gebied en één te Moegim, terwijl de Radja van Argoeni zijn vertegenwoordiger had aan de Sebjar. Men bereikte zelfs een toestand dat de geheele Noord-Bentoenikust verdeeld was in invloedsferen der Onin-radja's, welke men elkaar onderling steeds betwistte. Bij onze bestuursuitbreiding hebben wij nog aan deze „overzee-politiek" der Onin-radja's steun verleend, toen wij — ter bestrijding van de hongi-tochten in het Inanwatansche —, daar twee Oninsche vorstenvertegenwoordigers, ■onder den titel van Radja-Commissie plaatsten. Beiden moesten kor-