is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAAR DE DONAU VERDWIJNT!

door

Dr. JACOBA B. L. HOL (met 10 foto's en i kaart, de laatste achter in deze aflevering)

Het zal wel niet veelvuldig voorkomen dat op spoorwegstations berichten over het verloop van een natuurverschijnsel bij wijze van dienstmededeeling vermeld staan. Dit nu was jaren lang het geval bij enkele stations der Donau-lijn in Zuid-Duitschland (Donaueschingen-Tuttlingen-Sigmaringen-Ulm), wanneer de Donau in de omgeving van Tuttlingen in den kalksteenbodem verdween en de rivierbedding geheel droog kwam te liggen.

Uit alle karstgebieden is dit verschijnsel bekend: overal waar water over kalksteen stroomt, verdwijnt het in meer of mindere mate in de spleten van het gesteente, die door de oplossende werking van het er in dringende koolzuurhoudend water (koolzuur uit de lucht of de vegetatie) zoo gemakkelijk verwijd worden, wat dan de kalksteen tot een zeer doorlatend gesteente maakt. Dat echter op zulk een roemlooze wijze een rivier als de befaamde Donau verdwijnt, is een feit dat sterk tot de verbeelding spreekt, zooals zoo duidelijk in het oude volksrijmpje: „Abschiedsgruss von der schonen, blauen Donau" tot uiting komt:

Der ganzen Welt sei es geklagt:

Die Donau fliesst jetzt in die Aach:

Sie fliesst hier in den Berg hinein,

Erscheint als Aach, fliesst in den Rhein,

Nur in der Schule wird gelehrt:

Die Donau fliesst ins schwarze Meer.

Al moge dan de kwalifikatie van „blauwe" Donau meer op dichterlijke vrijheid dan op werkelijkheidszin berusten, toch zijn — in bepaalde gedeelten van het jaar althans — de geografische verschijnselen die in dit versje zijn vastgelegd, feiten.

De Donau wordt in de Baar-vlakte, aan den oostvoet van het Zwarte Woud, geboren uit de samenvloeiing van Breg en Brigach (kaart ia). Deze laatste rivier wordt gevoed door de sterke bron bij het Slot van Donaueschingen, die minder juist als „Donaubron" wordt aangeduid. Bij Geisingen treedt de Donau in een breede poort het kalksteenmassief van de Zwabische Alb binnen. De Alb rijst hier met een hoogen steilrancl (cuestafront) boven de Baar-vlakte, de uitruimingslaagte gevormd in de weinig weerstandbiedende gesteenten tusschen Zwarte Woud en Alb. ]n een diep ingesneden, vaak canyonachtig dal doorbreekt de Donau de Zwabische Alb en treedt