is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oev.ers voorkomen. Landslakken worden in tegenstelling met de mariene slechts weinig en dan nog plaatselijk genuttigd. De mariene vormen leven op of rondom de riffen, terwijl bewoners van slikken en mangroves ontbreken, wat wel toe te schrijven is aan de geaardheid der kust. Alle soorten komen ook thans nog voor en de afzettingen zullen geologisch vermoedelijk zeer jong zijn, jong-holoceen tot historisch-recent. De molluskenschelpen zijn resten van maaltijden en behalve een enkele misschien in de buurt gezocht. Alle soorten komen in ondiep water voor. Omtrent ander gebruik, zooals voor werktuigen, versiering en offeren waren geen voldoende aanwijzingen te vinden. Toch werden daarvoor schelpen gebezigd, getuige de vondst van schelpversieringen in een graf. Dat materiaal werd evenwel niet door de schrijfster onderzocht. Blijkbaar werden veel van de schelpdieren gekookt gegeten en niet geroosterd, zooals blijkt uit het ontbreken van brandplekken en de groote hoeveelheid onbeschadigde mosselkleppen. \ an slakkenschelpen blijkt volgens de bijgevoegde plaat een aantal opzettelijk beschadigd te zijn om het dier te kunnen bemachtigen. Voor de absolute tijdsbepaling zijn weinig gegevens aanwezig. Belangrijk wordt geacht, dat op een met rood geschilderde figuur een kris voorkomt, zoodat er in dien tijd dus reeds contact met het westelijke deel van den Archipel moet zijn geweest, wat wijst op omstreeks 1300 n. Chf., terwijl de oudere lagen ongeveer 12 eeuwen ouder worden geacht. In de jongere lagen zijn ook scherven gevonden en steenen artefacten. Kr.

AARDRIJKSKUNDIG NIEUWS [vaste medeiverkster; mevr. K. J. Ormeling-ten Hoopen)

De nieuwe verbinding van Amsterdam met den Rijn. — In de Tweede Reeks Deel LVIII, No. 5, komt onder het „Aardrijkskundig nieuws" een mededeeling voor over de Waterwegen van Europa. Bijzondere aandacht wordt daarin gewijd aan de nieuwe verbinding tusschen de stroomgebieden van Rijn en Donau en aan de plannen, om deze laatste rivieren met andere Duitsche rivieren in verbinding te brengen. Een kaart, welke een overzicht van de verschillende waterwegen geeft, is aan deze mededeeling toegevoegd.

Het is evenwel gewenscht hier nog de aandacht te vestigen op een andere Rijnverbinding, nl. het Amsterdam—Rijn-kanaal, omdat dit kanaal tot nu toe in het Tijdschrift van ons — te Amsterdam gevestigd — Genootschap slechts genoemd werd in een zeer kort bericht op pag. 784 van deel LI (1934) over het tot stand komen van N. A. G., LIX. g