is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gampo vnjmoedelijck met regt op deselve stont had behooren tegen te gaan en geweert te werden". Den 8sten Juni van hetzelfde jaar worden brieven vermeld van den ons vijandigen koning Amsterdam van Ternate aan „de Coningen van 't Moorse gelooff", waaronder die „op Mangarey", onder wien mogelijk dezelfde Arde Teko is te verstaan of een andere der destijds overal door den Archipel rondzwervende Makassaarsche hoofden. Op een dergelijke figuur slaat ook wel het volgende bericht van 23 «October 1682: „Van Saleyer had men advijs, dat den ouden Radja Cadien, genaamt Soelo die al eenige jaren sijn verblijff op Mangarij gehouden had, met 3 prauwen en 180 menschen gekomen waren en nog 2 prauwen met 120 man dagelijcx verwagt wierden". Och ja, het Manggaraische menschenmateriaal was een aanlokkelijk roofobject en wilde Bima het monopolie daarvan hebben, dan moest het ook wat krachtiger optreden. In 1695 waren Bima en Dompo in oorlog met Tambora, dat door de Compagnie gesteund werd, die het den reeds genoemden Makassaarschen vluchteling Aroe Teko te hulp zond. 'Deze bleef na den vrede en viel ook Manggarai weer, roovend en plunderend, binnen. Eerst in 1701 werden de Makassaren verdreven. In 1727 huwde een zoon van den koning van Bima met een prinses van Gowa, die Manggarai als huwelijksgift verkreeg. Vermoedelijk is zij de Daèng Tamima, over wie Stapel vertelt. In 1732 immers weigerde koning Moesa Lani Alisa van Bima die begiftiging te erkennen, omdat er geen schriftelijk bewijsstuk van was opgemaakt en het gelukte hem aan het Makassaarsche rijkje een einde te maken. Maar in 1759 maakte Gowa zich weer van de Manggarai meester. In dat jaar schreef de resident te Bima, Burggraaf, in een memorie: „Bima, wordende door de straet Sapij van d Mangary, of 't land van Florus gescheyden, waarop d'Bimaneese in voortijden eenig land hebbe bezeten, 't geen haar door de Makassaren van tijd tot tijd is afhandig gemaakt, en waai door het Bimaa s hof, omtrent het voornemen om hetzelve te herwinnen, somtijds wel veel van opgeeft, en zijl. ook al een keer a twee daarvan een proef genomen hebben, dog altijd met de koos op t hoofd weer terug zijn gekeerd, zoo is echter niet te geloven, dat zij daai zoo ligt meer een vaste voet zullen krijgen." Hierin vergiste zich Burggraaf echter: reeds in 1762 wist "Bima de Makassaren andermaal te verdrijven.

De Koloniale Bibliotheek van het Koninklijk Instituut voor TaaiLand- en Volkenkunde is in het bezit van een van Bimaneesche zijde opgemaakten brief, waarin de geschiedenis van Manggarai, of wat daarvoor door moet gaan 24), wordt behandeld; de schrijver trachtte vooral duidelijk in het licht te stellen van hoe hoogen ouderdom de rechten van Bima er wel waren en van hoe voortreffelijk karakter

24) Maleische Handschriften, no 555 (2), Tjaritera Manggarai. Waarom

C.' A ™ fr de" °P, pag' 85 ev" van ziJn Proefschrift: De Europeaan

n de Maleische Literatuur, dit geschrift, en dan nog wel in het hoofdstuk:

, ,e[ tot 1800 behandelt, ontgaat mij. V. d. L. heeft den inhoud niet geheel begrepen.