is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gerekend in zijn % te kleine graden en gezet in een graadnet waarvan de lineaire lengten der lengtegraden eveneens $4 te klein, doch die der breedtegraden juist zijn; voorts een tweede grafische voorstelling van weglengten, ook omgerekend in zijn te kleine graden en zooveel mogelijk gehouden binnen de omraming van de eerste.

II

De hierboven geformuleerde overtuiging, welke tevens inhield dat de vaar-afstanden primair waren, was wel is waar bemoedigend met het oog op mijn eigenlijke doel: onze kust, maar het was toch noodig ■de juistheid er van nader te toetsen en zoo mogelijk te staven, alvorens ik aan eene verklaring van de vervorming van onze kust kon beginnen.

Het werd mij duidelijk dat zulks alleen doenlijk zou zijn indien ik een middel kon vinden om de grafische voorstelling van de vaarafstanden van Pt. in het goede graadnet te plaatsen, zoodat ze meetbaar zouden worden; deze gemeten vaar-afstanden moesten daarna vergeleken worden met de ware afstanden, de laatste op een moderne kaart uitgemeten met een curvimeter. Daartoe zouden dan echter de geografische coördinaten van Pt. eerst omgerekend moeten worden. Pt.'s breedten, hoewel op zichzelf meerendeels foutief, konden daarbij natuurlijk ongewijzigd blijven daar ze reeds in ware graden zijn uitgedrukt, maar zijn lengte-opgaven zouden op % moeten worden teruggebracht en daarna nog met 150 worden verminderd. Een moeilijkheid was echter dat het niet zeker was of Pt.'s nul-meridiaan wel precies op 150 W. v. Gr. lag. Maar ten slotte meende ik dit bezwaar als volgt te kunnen ondervangen:

Daar het mij uitsluitend om de vaar-afstanden te doen was, zou ik zonder bezwaar het beginpunt van een te onderzoeken traject als nul-punt kunnen aannemen en dan van daar af de verschillen in lengte (tot % teruggebracht) en die in breedte (ongewijzigd) in minuten als rechte lijnen tot de verdere punten uitzetten. Door verder het nul-punt te doen samenvallen met het beginpunt van het traject op de kaart, werd bovendien het voordeel verkregen dat de schetsen niet zoo omvangrijk werden.

Het leek mij intusschen wenschelijk deze methode eerst eens te beproeven op een rechten weg, waarvan het beloop volkomen zeker vast stond. De Via Aemilia, van Ariminium tot Placentia, was hiervoor als geknipt. De uitkomst van deze proef was zeer bevredigend, zoodat de methode zeer wel bruikbaar scheen.

Daarna heb ik nog onderzocht den weg van Rome tot Genua. Ook hier was de uitkomst wel goed, maar het geheel was niet zoo overtuigend. Deze weg is nl nogal bochtig, zoodat men bij het uitmeten met den curvimeter gemakkelijk een beetje kan „smokkelen". Eén ding kwam echter goed vast te staan: de afstand van Pisa tot Rome was belangrijk grooter dan in werkelijkheid het geval is, hetgeen mijn vertrouwen in de methode versterkte, hoe vreemd dit ook moge