is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te groot. De herleide lengte van Pt. klopt daarentegen vrij goed met de ware lengte van het oostelijkste punt van Ceylon, zijnde rond 82° O v. Gr., hetgeen ook overeen komt met de gangbare meening omtrent Taprobane.

Wellicht interesseert het ten slotte den lezers te vernemen welke uitkomsten deze methode geeft voor de andere door Pt. vermelde eilanden in den Indischen Oceaan. Ik laat ze daarom hier volgen.

Maniolae ins. bij Pt. op rond 1430. Hiervan is 10y°, daarvan 150 afgetrokken geeft 920 O v. Gr., d.w.z. de Andamanen.

Agatho daemonis ins. bij Pt. op rond 146°. Hiervan Y\ is 109°, daarvan afgetrokken 150 geeft 940 O v. Gr., d.w.z. de Nikobaren.

Sindae ins. bij Pt. op rond 150°. Hiervan is 1120, daarvan 150 afgetrokken geeft 97° O v. Gr., d.w.z. Noord-Sumatra, ongeveer Diamantpunt. Sumatra was het eerste der Groote Soenda eilanden dat men van uit het Westen komende aandeed.

Barussae ins. bij Pt. op rond 1520. Hiervan % is 1140, daarvan 150 afgetrokken geeft 990 O v. Gr., d.w.z. de Mergoei archipel, vóór de W. kust van Burma en Siam gelegen.

Jabadiu ins. bij Pt. op rond 1680. Hiervan Y\ is 126°, daarvan 150 afgetrokken geeft in° O v. Gr. d.w.z. de noordkust van MiddenJava.

Voor al deze gevallen geeft de methode dus zeer aanvaardbare uitkomsten. Daar het niet bekend is hoe de vaarroutes liepen is het in deze gevallen uiteraard niet mogelijk de herleide vaarafstanden te beproeven.

NASCHRIFT VAN Dr. F. C. WIEDER

De studie van Ptolemaeus is in den laatsten tijd weder opgevat. Nam men vroeger er genoegen mede te constateeren hoe Ptolemaeus als oudste cartograaf een land of streek afteekende, thans tracht men uit te vinden hoe Ptolemaeus tot zijn kaartbeeld gekomen is. Ook hier grijpt men dus naar „les origines".

In bovenstaand artikel van den Heer Kroon zijn zoowel de herleiding van de Ptolemaeïsche lengtegraden op % van onze lengtegraden als de veronderstelling dat Ptolemaeus met rechtgerichte afstanden werkte, vernuftig en brengen inderdaad onverwachte resultaten.

De oudheid en ook de middeleeuwen tot Columbus toe stelden zich den aardbol kleiner voor dan hij was. Aristoteles heeft al gezegd dat de afstand van de Straat van Gibraltar naar de oostkust van Azië over het westen niet zoo groot was en dat men daar best in die richting zou kunnen komen, als er maar een weg over land was.

Dat de breedtegraden naar verhouding op grooter afstanden getrokken werden dan de lengtegraden lijkt mij voor den tijd van Ptolemaeus aanvaardbaar. Maar belangrijker nog acht ik de opmerking over die rechtgerichte afstanden.

Wat toch is het geval? Ptolemaeus schreef in het Grieksch omdat