is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoewel zij een „reactie op Ratzel" was, toch telkens in het „anthropogeografische spoor" geraakte1; 3. dat de sociografie, zooals deze werd geïnaugureerd door Steinmetz de anthropogeografie en de cultuurgeografie „uit hun impasse heeft verlost" door de geografie te bevrijden van het denkbeeld, dat zij slechts één causaliteit (die van het physisch milieu) had op te sporen, want de sociografie tracht „in volle vrijheid" alle causaliteiten van het sociale leven op te sporen en beperkt zich niet, bij vooroordeel, tot één.

Het is den schrijver niet gelukt om alle figuren, die hij behandeld heeft, bij een of meer van zijn stroomingen onder te brengen. Dat behoeft ons niet te verwonderen, want aan de indeeling van den schrijver liggen uitsluitend „object"-ieve criteria ten grondslag, terwijl het wezenlijke van vele geografische auteurs zich door alles eerder dan door het object laat karakteriseeren. Vermooten heeft zich daar echter niet veel zorgen over gemaakt. Wanneer zijn sujetten niet in zijn schema pasten, verweet hij hun halfslachtigheid (van Vuuren) of hij liet eenvoudigweg deelen van hun oeuvre buiten beschouwing (Jean Brunhes).

De willekeur, die daardoor het historisch exposé van den schrijver kenmerkt, demonstreert zich ook in zijn „oplossing". De sociografie bracht het probleem van de verankering van sociale verschijnselen direct tot een oplossing, zoo zegt de schrijver ongeveer op pag. 319, maar hij verzuimt om aan te toonen dat dit inderdaad het probleem was waarmee de geografie in de negentiende eeuw worstelde. Bovendien, als wij den schrijver een oogenblik bij zijn woord nemen en accepteeren dat de anthropogeografie is vastgeloopen in het onderzoek van één causale reeks, hoe kan dan het voorstel om alle causaliteiten te gaan onderzoeken, de oplossing brengen? Steinmetz zelf is dan ook volgens Vermooten (pag. 203) in zijn suggesties blijven steken.

Mijn oordeel samenvattend zou ik willen zeggen dat Vermootens schets van de historische ontwikkeling van de geografie gedurende de laatste 200 jaar niet als juist kan worden aanvaard, terwijl de schrijver er ook niet in slaagde om aan te toonen, dat de sociografie als eenig juiste conceptie van die wetenschap zou moeten gelden.

Het werk is voortreffelijk uitgegeven en voorzien van de portretten van vele geografen. Met een uitgebreide literatuurlijst en een uitvoerig namenregister heeft de schrijver de lezers aan zich verplicht.

J. G. van der Valk