is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mest grootendeels te werpen nadat zij 's avonds thuis gekomen waren7), zoodat daarvan op de heidevelden weinig terechtkwam, terwijl dat deel dan nog, evenals de mest van hazen en konijnen, door de mestkevers ijverig weggehaald werd en zoo diep ingegraven, dat het plantendek er weinig aan had.

De armoede van het heidezand is dan ook welbekend; arm aan humus, waardoor het geschikt is voor metselzand, schuurzand, filterzand, fundeeringszand en zooveel toepassingen meer; laag van pH, veel lager dan onze zandige landbouwgronden (4—4,5 tegenover 5—S>5 met een minimum van omstreeks 4,7), en arm aan basen, zoowel totaal (op grond gerekend) als in basenverzadiging (op absorptiecomplex of als verzadigingsgraad gerekend).

Op dezen van oorsprong armen en in de eeuwen uitgeboerden grond groeit dan ook maar een beperkte groep planten, het is een wonder en een reden tot dankbaarheid, dat een zoo sterke, landschappelijk zoo mooie en — vooral voor de vroegere bewoners — zoo nuttige plant als Calluna vulgaris Salisb. daarop zoo uitstekend wil groeien.

Ook de fauna van den heidegrond is zeer arm, waarop wij in § 8 terugkomen.

b) De heidevegetatie

Hoe is de chemische samenstelling van een normaal heidedek, van een afgegraasde en weer opgeschoten heide, van oudere struikjes? Hoeveel voedingsstoffen moet de grond jaarlijks of in een reeks van jaren voor een dergelijke vegetatie leveren, hoeveel wordt er weggevoerd door het afgraven en het afplaggen of door het snijden? Voor zoover gebleken, is over deze punten nog niet veel bekend ; de voedselhuishouding van het heideveld, het oudste onzer cultuurlanden, heeft nog niet de belangstelling van den landbouwscheikundige gehad, blijkbaar omdat de economische beteekenis er van zoo klein is geworden. Toch verdient de heide als onze meest uitgeboerde grond wel bijzondere aandacht, zooals elk extreem geval, omdat daardoor de tendentie die er in den samenhang van de eigenschappen is, duidelijker wordt vastgelegd dan door de normale, gemiddelde gevallen8).

Hoeveel brengt de gewone heide (Calluna) aan voedingsstoffen uit diepere lagen naar boven ? De wortels dringen, als de ondergrond niet te bonkig is, behoorlijk diep9) door: op 0,5-1 meter diepte kan men rijkelijk wortels vinden 10), hoewel op andere plaatsen een harde

7) Men herinnere zich de oude regeling dat de scheper, als belooning voor zijn werk, een of meer nachten per jaar de schapen op zijn eigen akker mocht onderbrengen, om die akkers bemest te krijgen.

8) Zie den betreffenden gedachtengang als een der argumenten vóór het serieprincipe bij landbouwkundige waarnemingen, o.a. O. de Vries, in: Bodenkunde und Pflanzenernahrung, Bd 8 (53) (1938), pag. 73; — Landbwk. Tijdschr., 50 (1938), pag. 340 en 51 (1939), pag. 58.

9) De uitspraak van Vlieger („Besprekingen", pag. 115) dat de heide in het algemeen ondiep wortelt, moet ik uit ervaring tegenspreken : dit is alleen het geval waar een verdikte of te harde laag den normalen dieperen wortelgroei belet.

10) Afgezien natuurlijk van de worteltrossen, die b.v. de gangen van den mestkever tot groote diepte volgen en deze vrijwel geheel kunnen vullen.

N. A. G., LIX. 21