is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijken is hij veel hooger cn afhankelijk van den stand der vrouw. Ongetwijfeld steekt in dien hoogen bruidsschat weer een boetebetaling voor een adatovertreding, nl. voor een huwelijk met een andere vrouw dan degene, waarmee men eigenlijk moet huwen. Het eerste huwelijk dat een man sluit — bij de lagere standen gewoonlijk het eenige — is het door zijn ouders voor hem geregelde, goedkoope toengkoehuwelijk. Sterft de vrouw van den kleinen man dan zal hij weer een toengkoehuwelijk aangaan. Een man van aanzien zal er echter graag een tweede vrouw bij nemen: het door de ouders bedisselde toengkoehuwelijk is soms verre van gelukkig, en bovendien laat hij graag merken dat hij zich een tweede „duur" huwelijk naar zijn neiging kan veroorloven. Hoe grooter de kosten van zoo'n volgend huwelijk, hoe meer aanzien in de omgeving. Toch kunnen in allerlei waardigheden alleen de zoons uit een toengkoehuwelijk opvolgen.

In Eadjo deelde men mij mede, dat de patjawina voor een niettoengkoehuwelijk 7 dieren, d.w.z. paarden of karbouwen bedraagt voor de dochter van een ata léké, 10 voor de dochter van een glarang, 20 voor die van een daloe. Slechts een gedeelte behoeft echter direct betaald te worden; volstaan kan b.v. worden (zoo in Rahong) met vijf vadem ,,kain tipis" (soort doek) ter bevestiging van den gesloten band. Zoolang echter geen algeheele afbetaling volgt, moeten de jonggehuwden in het huis van den vrouwsvader blijven wonen en mogen ze slechts met zijn toestemming een bezoek aan de verwanten van den jongen man gaan brengen. Blijft het jonge paar wat lang weg of, wat ook nog al eens voorkomt, verdwijnt het zonder vergunning gevraagd te hebben, dan haalt schoonpapa het terug, zoo hij niet door verdere afbetaling is te vermurwen. Is een kind geboren, dan tracht de jonge vader de resteerende schuld zoo spoedig mogelijk af te betalen (wagal). Die afbetaling bij gedeelten is overal gebruikelijk, de hoogte van den bruidsschat echter wisselt nogal af ; zoo gaf men mij in Rahong op: twee karbouwen en vij f paarden voor een dochter van een gewonen vrije, drie karbouwen en vijf paarden voor een glarangsdochter, vijf karbouwen en vijf paarden voor de dochter van een daloe; voor de dochter van een lampang bedraagt de patjawina, die de lampang zelf mag behouden, één karbouw en twee paarden.

Het huwelijk, ook het toengkoehuwelijk, komt den bruidegom, als hij tenminste in grooten stijl wil trouwen, op nog heel wat meer te staan. Bij het bruiloftsfeest worden dan ettelijke dieren geslacht; kraèng Bagoeng van Pongkor deelde mij mede dergelijke feesten bijgewoond te hebben waarbij wel honderd dieren (paarden, karbouwen en varkens) te pas kwamen. De karbouwen en varkens werden meerendeels geslacht, de paarden doorgegeven aan die clangenooten van den bruidsvader die met een varken geholpen hadden. Ook bij latere feesten moet een rijke schoonzoon nog weer een paard geven wanneer men voor hem een varken slacht en hem de kop, een poot en vijf stukken spek daarvan benevens een blik rijst worden aangeboden. Het huwelijksaanzoek wordt door een familielid van den trouwlustige in bedekte termen gedaan, hij informeert nl. naar de aanwezigheid van jonge sirihblaadjes. Wordt