is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat men bij oudere beschrijvingen steeds den nadruk legde op de natuurlijke landschappen behoeft geen betoog. Ze vormen voor vele landschapsbeschrijvingen nog steeds den grondslag ook al is er van een eigenlijk scherp door de natuur begrensd gebied geen sprake: de landschappen zijn dan woon- en occupatiegebieden die juist door de bevolking tot een eenheid zijn geworden, zooals het Oldambt en het Westland.

De verschillen tusschen de Duitschex) en de Fransche scholen komen duidelijk uit als men onderstaande gedeeltelijke inhoudsopgave van: Dion, J., Asie des Moussons I, 1928 (Géogr. Universelle, Tome IX) vergelijkt met die van Klute's Afrika.

Première Partie. Etudes Générales.

Chap. I. Le climat.

„ II. La végétation et les cultures.

„ III. Les genres de vie. Nomades et demi-nomades; chasseurs et pêcheurs, la culture nomade; les sédentaires; sédentaires et pasteurs.

Deuxième Partie. La Chine et le Japon.

Chap. IV. Le relief de Ia Chine et du Japon.

„ X. La nature japonaise. 1. Relief; 2. les mers et les cötes; la vie maritime; le climat et la végétation; les paysages.

„ XI. La vie traditionnelle. Formation du peuple; origine; histoire; 1'état; vie materielle; activité économique.

„ XII. La vie moderne. Les transports; 1'industrie; la culture; commerce extérieure; popiulation.

„ 'XIII. L'empire coloniale du Japon.

De bibliografie na elk hoofdstuk. Ook eenige statistieken.

II.. STROOMINGEN IN DE LANDBESCHRIJVING VAN NEDERLAND GEDURENDE DE LAATSTE IS JAREN

In Nederland spreekt men naast de physische van sociale geografie, die zich ten doel stelt na te gaan het gebruik dat de in groepen georganiseerde mensch van de aardoppervlakte maakt, en de veranderingen die dit gebruik maken van de aardoppervlakte veroorzaakt in de maatschappelijke verhoudingen. Het cultuurlandschap is als object van deze sociale aardrijkskunde te beperkt: wel is waar is het een manifestatie van de menschelijke activiteit, maar het omvat niet alle feiten die een geografische interpretatie noodig hebben.

Volgens J. G. van der Valk (Ernst Kapp, 1939) heeft de Utrechtsche hoogleeraar L. van Vuuren den door Kapp naar voren geschoven „menschelijken geest" de plaats ingeruimd, die evenredig is aan zijn beteekenis in het levensproces op aarde. „De menschelijke geest wordt binnen de gekozen woonruimte het scheppende, het omvormende terwijl de woonruimte zelve in haar eigenschappen de grenzen aan de activiteit van dien geest stelt". Van Vuuren plaatst de sociale verschijn-

1) Ook in Duitschland blijkt men het deterministische standpiunt niet meer geheel te aanvaarden. Zie O. Maull in Landerkundliche Forschung (Festschrift N. Krebs, 1936) pag. 183.