is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het boekje schuilt dan ook in het werkelijk met zorg gekozen, zeer fraaie foto-materiaal, dat door den uitgever op uitstekende wijze is gereproduceerd, zoodat de afbeeldingen een lust zijn voor het oog. De auteur mag daarom den vervaardigers der foto's, wier namen op ■den achterkant van het titelblad worden genoemd, wel dankbaar zijn, dat zij hem deze ter publicatie hebben afgestaan.

Le Roux

Vuuren, L,. van, Nederlandsch Indië als producent van grondstoffen voor de wereldbehoefte. Uitg. Mij. N.V. Kemink en Zoon, Utrecht, 1941. 8°, 60 pag., 30 tab. en 1 kaart. Prijs ing. ƒ 1,25.

In dit boek van bescheiden omvang geeft Prof. van Vuuren een overzicht van productie en uitvoer van Ned.-Indië zoowel wat betreft de niet uitputbare als de uitputbare grondstoffen en vergelijkt deze met die van andere gebieden; bovendien worden voor verschillende van deze producten interessante beschouwingen gewijd aan hun toepassing in de industrie, hun afzetgebieden en aan de historische feiten die hun productie (rubber- en tinrestrictie) of exploitatie (tin en aardolie) hebben beïnvloed. Kortom, het boek bevat tal van gegevens, die de auteur uit een groot aantal publicaties heeft moeten verzamelen, met welken moeizamen arbeid hij zeker velen aan zich heeft verplicht.

Een historische inleiding gaat aan de gedetailleerde beschouwingen over de verschillende producten vooraf. In deze inleiding wijst de S. op de spanningen, die, vooral na de „industrial revolution" in de gematigde zone, het gevolg zijn geweest van het feit dat de welvaart daar slechts was te handhaven door de uitwisseling van haar industrieproducten tegen de grondstoffen der equatoriale-subtropische gebieden ; deze spanningen werden nog geaccentueerd door de toeneming van de wereldbevolking in dezelfde periode en de hooge loonen in de geïndustrialiseerde westersche landen. Gewezen wordt vervolgens op den verschillenden invloed daarbij van de niet-uitputbare grondstoffen, verkregen door bewerking van den grond, en de uitputbare producten (delfstoffen) ; ook de productie van de eerste is evenwel aan grenzen gebonden door eigenschappen van bodem en klimaat en begrensdheid van de totaal beschikbare oppervlakte cultuurgrond.

Van de niet-uitputbare grondstoffen worden achtereenvolgens rubber, plantaardige oliën en vetten *), vezelgewassen en suiker behandeld; de in de tabellen gegeven cijfers betreffende productie en export hebben grootendeels betrekking op de periode 1934 t/m 193^Wat de rubber betreft wordt o.a. uitvoerig de invloed van de restrictie en van de productie van synthetische rubber geschetst; Ned.-Indië produceerde in 1938 33 %, met Malakka en Ceylon zelfs 80 %, van de wereldproductie aan rubber. De export van oliën en vetten werd ongunstig beïnvloed doordat Amerika 90 % van zijn normale behoefte aan vetten dekte met dierlijk vet uit spek, katoenzaad en soyaboonen. De uitvoer van vezelgewassen (vnl. kapok en sisal) bereikte bij het

1) In de tabel 8 op pag. 21 is waarschijnlijk een fout geslopen bij de vermelding van de eenheden waarin de hoeveelheid en de waarde van den export is uitgedrukt.